is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HAARLEMSCHE COURANT.

„Hebt gij den brievenpost reeds gehoord ?"

Dit is driemaal 's weeks mijn eerste vraag, als ik den voet buiten mijn slaapkamer zet, om te gaan ontbijten.

En waarom, meent gij ?

Omdat ik belangrijke handelsberichten verwacht? — Gij vergist u. Jk heb met geen koopman ter wereld iets uitstaande, als gij den makelaar, die mijne weinige effecten, rara folia, beheert, en den Amsterdamschen tabakskooper, die mij maandelijks mijn varinas zendt, uitzondert.

Omdat ik een brief van teederen aard te gemoet zie ? — Nog minder. Ik ben een oud vrijer, en heb in die soort van correspondentie niets meer te verwachten, sedert ik het kleine bundeltje, dat ik vroeger op mijn hart droeg, met een rozerood lint omwonden en met een hieroglyphisch cachet verzegeld, in een verborgen lade van mijn secretaire sloot.

Omdat ik naar een brief met zwarte randen uitkijk, die mij de testamentaire dispositie van een rijken oudoom berichten moet ? — Gelukkig niet. Ik heb het voorrecht, den laatsten, wiens overlijden mij voordeel kon aanbrengen, te hebben zien sterven. Nu ben ik verlost van dat onaangenaam gevoel van kwade begeerlijkheid, dat het gezicht van een gegoeden en ongehuwden bloedverwant altijd in mij opwekte ; een gevoel, niet ongelijk aan den zelfstrijd van den arme, die er niet buiten kan, zijn gemest ooilam met beluste oogen aan te zien.

Ik zie wel, ge zult het niet raden. Welnu ! die vraag ontstaat uit ongeduldig verlangen naar de Haar.'emsche Courant.

Naar de Haarlemsche Courant ?

Ja, lezer ! maar niet geheel om dezelfde reden, waarom gij er denkelijk