Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld der bruiden voor den geest; dan zie ik ze, die aanvallige schepselen, die alle schoon zijn door de schoonheid des genoegens, en alle rijk door den rijkdom des geluks. Evenwel vergeet ik nooit haar onderling lot te vergelijken, dat zich vooral in den tijd eener feestviering zoo scherp afteekent. Hier zie ik er eene in een wit neteldoeksch kleedje, met een bloemtakje op de borst, door weinige hartelijke vrienden omgeven. Maar ginds verplaats ik mij in een vergulde zaal,

Met gouden luchters aan de wanden,

Waarop de bijen offers branden,

alles schitterende van pracht, weelde en genot. Daar zie ik de bruid, opgetooid als een Madonnabeeld, met kleederen, stijfstaande van goud en juweelen, door een stoet van hovelingen omringd. Daar zingen geen gasten een vroolijk bruiloftslied, maar schimpende muzikanten blazen met onwillige lippen de fanfare der zegenwensching. Daar straalt op geen enkel gelaat ingenomenheid met het geluk der bruid: men legt er zijne belangstelling aan den dag door dansen. Dansen — altijd dansen. Foei! in spijt van natuurlijke traagheid en gezond verstand, in spijt van Byron's Waltz en Hugo's Fantömes, zich den Vampyr des bals in de armen te werpen! Een vrouw, die danst, is leelijk. De gratie van houding en standen betwist ik niet; maar op het gelaat verwekt die gelijkmatige trippeling der voeten eene onnoozele of eene wellustige uitdrukking. Eene bruid vooral moet niet dansen. Zij is eene vorstin; zij poseert in de dagen harer feestvreugde; zij moet zich niet overgeven, zij moet kiesch zijn. In den dans verzuimt de bruid (waarover zij anders zoo wel te waken weet) hare hartstochten te verbergen. Zij heet de gesluierde, ■nupta, en zal zij zich nu door de woestheid harer bewegingen half naakt dansen ? Foei, dat dwarrelende stof op den blanken oranjebloesem! Foei, die wellustige kreuken in het gewijde bruidskleed! Foei, die gevierde Heilige in de armen eens vreemden! Tot de vrouwen toe, die niet dansen, zijn van den trippelduivel bezeten. Haar oog volgt de rijen: haar hoofd huppelt de maat der muziek na, en de voeten bewegen zich krampachtig naar den klank der luchtige walsnoten. Bij andere volken behandelde men den eeredienst als een dans; bij ons den dans als een eeredienst. VAlternaiive ne nous flatte guère,

Maar als ik bemerk dat ik bitter word, stap ik dadelijk over

Sluiten