is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt stap ik nog het gemakkelijkste heen. Ik kan mij tegen slechte menschen nooit zoo boos maken als ik, volgens sommigen, wel moest; misschien omdat ik zelf weinig slechte menschen ontmoet heb. Onder mijn bekenden zijn er, die mij dit zeer kwalijk nemen en meenen, dat ik daardoor de deugd te kort doe. Het kan zijn, maar ik kan er nog maar niet toe komen, om van het beetje deugd, dat ik het mijne mag noemen, een steen te maken om daarmee mijn naasten te gooien. Ik denk altijd: zoo iemand zal toch wel gehekeld en geroskamd worden, al hou ik mijn rust. Dan kan ik op een anderen tijd weer wat vooruitkomen, als een ander achterblijft, b.v. bij gelegenheid van rampen en tegenspoeden. Zoo moet ik bekennen, dat ik veel meer medelijden gevoel met een ongelukkigen bankroetier, dan gramschap tegen een moedwilligen schelm. Bij dat enkele woord „Faillissement" staat er somtijds een heele aandoenlijke geschiedenis voor mijn geest. Ik zie den vervolgden huisvader, die te midden van zijn verarmd gezin het voorkomen heeft van een gebroken zuil, die er over schijnt te treuren, dat zij de lijst, die verminkt aan haar voeten ligt, niet langer heeft kunnen ondersteunen; ik zie hem nog meer ter neergebogen onder den last der schande, die op zijn onschuldig hoofd drukt, dan onder den toch reeds zwaren slag van het verlies zijns vermogens, evenals de vader van Effie Deans, niet anders uitroepende dan: Ikabod! Ikabod! weg is de eere! Ik zie hem door zijne getrouwe gade, door zijne teedere kinderen omringd, die hem in zijn ongeluk dubbel hebben lief gekregen en hem omklemmen als een klimop een omgestorten stam. En als den donkeren achtergrond van dit aandoenlijk tooneel zie ik vervolging op rechterlijk gezag, vervolging op eigen gelegenheid, onbarmhartige bejegening, nijpende armoede en een gebedeld graf, waarop weezen in het bonte kleed der liefdadigheid treuren. En ik wenschte, dat de verbeelding van menig crediteur hetzelfde zag, eer hij dat harde woord „Faillissement" laat drukken.

Naar een geheel ander tooneel roept mij het artikel Erfhuizen. Dit verplaatst mij opeens te midden van dien chaos van verwarring, die een geveilde boedel oplevert. Gelukkig die zich uit zulk een huis weet te redden, zonder een blauwen scheen te hebben opgedaan. Want alsof een aardbeving de moeite genomen had van de goederen te schikken, zoo