Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt daar alles op en onder elkander. Niets is op zijn plaats gebleven. Meubelen, die bij het leven der eigenaars even als boomen op hun eigen plekje stonden vastgegroeid, zijn nu meedoogenloos mobiel verklaard en gedwongen den grooten stroom te volgen. Een menigte van voorwerpen zweeft evenals verstrooide vogels buiten hun natuurlijk verblijf om. Het witte linnen heeft de zware eiken planken verlaten, waar het zoo vreedzaam lag te sluimeren, en is verwonderd gedurende zooveel dagen achtereen de zon te zien, die het anders bijna nooit aanschouwde. De vernederde ledikanten-hemel, die eerst uit de hoogte op alles neêrzag, sleept nu met zijn staart in het stof, als een nieuw bewijs dat hoogmoed voor den val komt. Schilderijen, die nooit geleerd hebben op haar rug te liggen, worden nu gedwongen die houding aan te nemen. De verschrikte kanarievogel schreeuwt van angst in den hoek op den grond, waarheen men hem verbannen heeft; en de schichtige poes vliegt, als een levend symbolum van de verwarring die hier heerscht, van den eenen kant van het huis naar den anderen. Het is een treurig gezicht! De lares en penates omgeworpen! de huiselijke haard verstoord! het vreedzaam stof der ruste opgejaagd! de stilte van het penetrale verbroken ! de gordijn van het binnenste heiligdom verscheurd! de Heidenen in den tempel binnengelaten! het is een treurig gezicht, vooral voor den vriend des overledenen; hem overvalt een huivering, indien hij moed heeft het huis binnen te treden. Is dit de woning zijns vriends? hij herkent haar niet meer: maar ja, die meubelen zijn wel dezelfde van vroeger. Dat is wel de haard, waaraan hij zoo menigen vriendschappelijken avond gesleten heeft. Ginds staat de zetel, die in zijn oogen meer is dan een troon, want hij was de zetel van een braaf man. Hier staat de feestelijke bokaal, dien hij zoo menigmaal op de huwelijks- en vadervreugde van den verscheidene geledigd heeft. In het verschiet hangen de familieportretten, waaraan zich zoo menige lieve herinnering verbindt. O, er is iets aandoenlijks en hards beide in zulk een schouwspel! Het doet pijn, als men een vreemde zoo ziet roeren in de reliquieën, door de liefde geheiligd. Het is of men doodgravers met de beenderen van zijn voorouders zag gooien Mij dunkt, indien ik het voorkomen kon, zou ik trachten mijn testament zoo in te richten, dat mijn verlaten nest beter geëerbiedigd werd. Mij althans zou de gedachte onverdragelijk

Sluiten