Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinnering mijner vreugde beter was dan de verwarming van een ongelukkige, die in 't geheel geen vreugde had, noch te herdenken, noch te wachten. Maar de Joden hebben nooit met mijne uitgevallen veêren gepronkt.

Uit dat zelfde beginsel zal ik doen wat ik kan, om mijn dierbaarste overblijfsels uit de handen van den nablijvende te houden. Ik ben het, even weinig als mijn vriend Hildebrand, met den Engelschman eens, die wilde, „dat er ten algemeenen nutte knoopen van zijn gebeente en snaren van zijn ingewanden zouden gedraaid worden."

Ik weet wel, dat dit alles kinderachtig, kleingeestig, kleinhartig, en wat ge meer wilt, is. Maar ik geef mij ook voor geen sterken geest uit. Er is in mijn huis maar één wijsgeer, en dat is mijn hond Dolly, die „par droit de naissance" een weinig Cynicus is. Ik voor mij slacht den ouden Chremes ;

Homo sumf humani nihil alienum a me puto.

Uit dien hoofde is dan ook mijn testament recht Malabaarsch in twee deelen verdeeld. Het eerste deel loopt over hetgeen verbrand moet worden; het tweede over hetgeen in stand moet blijven — en de Hemel make er mijn erfgenaam gelukkig meê!

Tot het eerste behoort.... maar het zou wezen of ik aan de goede trouw van mijn Notaris twijfelde, als ik dit bekend ging maken. Genoeg, als gij de advertentie van mijn dood in de Courant gelezen hebt, zoek op het andere blad maar niet naar de veiling van mijn boedel.

Maar reeds zijt ge mij vooruitgeloopen, en wijst met uw vinger op het artikel: Een jonge dame van fatsoenlijken huize enz. Gij hebt gelijk. Dat is een artikel, waarbij ieder gevoelig hart een poosje stil staat. O, het is zeldzaam, dat die weinige letters geen gansche geschiedenis van een wreed lijden bevatten. Mij althans stellen ze dadelijk een bewegelijk beeld voor den geest. Een jonge — dus in den bloeitijd des levens, waarin het hart den Armida-tuin der poëzie bewoont en zich met idealen voedt; dus in den tijd, waarin het harder is dan ooit, wanneer de koude des levens den stroom der verbeelding doet bevriezen, zoodat hij in plaats van den hemel te weêrspiegelen tot een looden lijk wordt; van fatsoenlijken huize — dus geboren en opgevoed in de lauwe atmosfeer

Sluiten