Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden; bovenal heb ik sympathie voor de smart dier jonge Zwitsers, die, door de stem van plicht of behoefte gedrongen, van hun hooge sneeuwbergen afdalen, om in de laagte hun onderhoud te zoeken, maar met het gevoel van den arend, die de vallei haat welke hem voedt en alleen boven te huis is; doch dit neemt niet weg, dat ik hen vergeet, wanneer ik ze in de nabijheid van een vrouwelijke lotgenoot geplaatst zie. O, het is waar, te dienen is de bestemming der vrouw; te dienen is zelfs haar geluk, indien zij waarlijk vrouw is; maar zóó te dienen, de vreemde moeder, die haar diensten koopt; het vreemde kind, dat geleerd wordt haar te gehoorzamen, niet haar lief te hebben; misschien den zoon des huizes, wiens zijde zij als bruid versierd zou hebben — zie, dat is hard! dit doet het oog schemeren, alleen van het aan te zien.

Evenwel, ik erken dat er uitzonderingen zijn; ik weet dat zij er zijn. Ik ken gezinnen, waarin de vreemde weeze als een dochter ontvangen is; waarin de van haar zusters gescheidene nieuwe zusters gevonden heeft: waarin vriendschap en liefde de geslagen wonden geheeld zouden hebben, — indien zulke wonden zich ooit heelen lieten. Ook is het hartverheffend voor mij, als ik hier of daar het verwachte slachtoffer zulk een ontvangst bereid zie Zoo weet ik niet wie zij is, en toch denk ik met achting en genegenheid aan die oude Dame, die voor eenigen tijd in de Haarlemsche Courant aanzoek om eene Juffrouw van gezelschap deed, en er bijvoegde: „liefst een jong meisje, wanneer zij niet vreest zich in het gezelschap van een oude vrouw te zeer te vervelen." Mij dunkt, als ik zulk een meisje geweest ware, ik zou mij op dit zeggen af aan haar verbonden hebben, al had ik niets meer van haar geweten.

Wat mij evenwel het meest grieft, is het denkbeeld, dat bij de toeneming der weelde het getal dezer ongelukkigen niet verminderen zal. Ik durf er niet aan denken, hoe het daarmee in de Haarlemmer van 1939 zal uitzien. Gelukkig dat ik er dan niets van merken zal, als de gouvernantes met haar kinderen komen om op mijn graf boterbloempjes te plukken.

Ik kan mijn Courant niet op zij leggen, zonder nog met een woord van de Boekaankondigingen gesproken te hebben. Boekaankondigingen — van onder, Mijne heeren! vreeselijk! vreeselijk! Het is of het hier,

Sluiten