is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HUISKLOK.

— — ZEVEN ACHT — NEGEN TIEN ELF —

TWAALF!

Ik dank u, goede vriend, voor uwe herinnering.

Men zegt, dat Koning Philippus van Macedonië er een slaaf op nahield om hem toe te roepen: Gedenk dat gij een sterveling zijt! — Ik geloof evenwel niet, dat hij door hem zoo goed is bediend geworden, als ik door mijn huisklok. Vooreerst verbeeld ik mij, dat de moreele klapwaker zijn plicht wel eens zal vergeten hebben; maar al haperde het niet aan hem, ik denk dat de groote Koning wel eens in een bui zal geweest zijn, om den boetprediker zijn wrevelig: Houd den mond! toe te roepen. Doch mijn vriend in gindschen hoek is altijd op zijn post; en al komen er oogenblikken, dat ik bang ben voor zijn stem, zoodat ik hem wel zou willen bidden zulk een uur zwijgend over te springen, de smeekende blik van mijn oog stuit op zijn eiken borst af, en hij galmt met onomkoopbare gestrengheid zijn Memento uit.

Nu, hij ontvangt daarvoor in mijn huis ook al de achting en eer, die aan een getrouw dienaar toekomt. Ja ik weet niet, of hij zelfs geen hooger titel dan dien van een dienstknecht dragen moet. Want tot op zekere hoogte is hij de meester van ons allen. Reeds in den vroegen morgen begint hij met den baas over mij spelen. Dan laat hij zijn wekker afloopen en roept mij met een forsche stem toe: Ontwaeck gy die slaept en sta op uyt den dooden! Ik moet bekennen, dat ik mij soms wel eens aan zijn heerschappij zoek te onttrekken, en doe of ik hem niet gehoord heb. Maar vergeefs! dan is liet of hij mij met zijn onophoudelijk getik (en hij heeft een toon zoo helder als glas) gedurig bij den