is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag deed vergeten, dat zelfs in de beste onder onze uren een ledig vak openblijft, dat geen deugd eens menschen kan aanvullen. Neen, als onze klok zulk een leer leerde, zou mijn vader op zijn sterfbed niet gezegd hebben: Jonathan! houd dien klok in eere; ik heb geen trouwer vriend in de wereld gehad!

Wat staat hij daar deftig, recht zoo als een klok zijn moet! Ik heb een voorliefde voor zijn eenkleurige donkerheid en zijn antieke vormen; ik vind ze met zijn bestemming in de gelukkigste harmonie. Ik zie niet gaarne een aanspreker in het wit; en evenzoo weinig zou het mij aanstaan, als de aanspreker van mijn doode uren een bont kermispak droeg. Onlangs was mijn horlogemaker hier en merkte op, dat de houtworm in de kast was. Laat mij u eens een nieuw kastje in de plaats maken, zeide hij, dan zal het zulk een lief klokje zijn, dat gij het niet meer kennen zult; het zal u tegenblinken van rood en goud. — Ongelukkige! ik had moeite mij in te houden. Mijn goede oude ! wou men u in een hansworstenpak steken? het zal zoo lang ik leef niet gebeuren.

Ik wou dat iedereen er zoo over dacht, maar het scheelt, helaas, veel. Wat vindt men in plaats van de staande en hangende klokken onzer vaderen ? rijke pendules van brons, verguld en albast, met fraai gegoten figuren voorzien en heerlijke bloemen versierd. Ik moet bekennen dat ik dien opschik voor een klok wel wat heel mooi vind; er is zooveel aan die kast te zien, dat men er niet aan denkt op het uurbord te letten. Men kan immers secretaire en trumeau wel met sieraden bedekken, al zijn het juist geen prachtige klokkenkasten. Maar neen ! nu eisch ik ook wat al te veel. De kunst, die in onze dagen op zulk een vroeger ongekende hoogte staat, moet toch aanmoediging hebben, en het zou immers ook niet staan, een gemoderniseerd vertrek door eene oude hangklok te ontsieren. Welnu, laat het dan zoo zijn : weelderige beelden rondom een uurwerk, en bloemen boven de wijzerplaat. Maar dan zou ik toch wel wenschen, dat men de deftige oudvaderlandsche klokken, in plaats van ze naar de vliering of naar den uitdragers winkel te verbannen, hun oude plaats in het eenvoudiger slaapvertrek liet behouden. Want daar beneden .. . gij zult het mij toegeven, al meent men het nog zoo goed, gaat de achting voor den tijd een weinigje verloren. Als men den ernstigen klokslag door een deuntje hoort voorafgaan, is