Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ernst klinken. — Vol en breed vervult de galm van het speeltuig het heiligdom, en doordringt het met een welluidende huivering, langzaam, gelijk de geur des offers met de lucht samenvloeit, vereenigt hij zich met de stem der menigte ; en daarmede ineengesmolten heft hij zich met een kalme gelijkmatige duivenvlucht omhoog, dringt door wolken en uitspansel, en stort zich uit voor het oor van Hem, die den adem geeft. O, het is verwonderlijk, hoe machtig dit geluid is op hem, die er gevoel voor heeft om hem te stemmen en tot een waardige aanbidding voor te bereiden. Hoe dikwijls kwam ik verstrooid en afgetrokken in het heiligdom ; maar het orgel klonk! het orgel, dat ons in zijn indrukwekkend geklank opriep : „Lovet den Heere met de harpe. Psalmzinget Hem met de luyte." — Als een geest der bezieling woei die welluidende adem mij aan ; helder weêrklonk die stem, die den tempel doorgalmde, in den tempel mijns harten. En nauwelijks droeg de eerste golf van melodie den eersten toon des gezangs naar boven, of reeds mengde zich mijn stem, eerbiedig en vroom, in het duizendstemmig lied der gemeente en klom zwak en bevende, maar uit het volle hart, tot den Heer! En hoe zou ik al de verplichtingen kunnen opnoemen, die mijn stichting en zielsverheffing aan u heeft, muziek des gewijden orgels? Of kende ik de oogenblikken niet, waarin mijn overstelpt hart zijn dank niet genoeg ten hemel heffen kon, maar zich gelukkig voelde, dien op uw breeder en sterker schacht te mogen nederleggen om dien te brengen tot waar mijn stem niet reikt; oogenblikken van bezwaardheid en droefenis, waarin met uw opbeurende galmen van boven licht en troost in mijn donkere ziel vloeide ; oogenblikken, waarin uw majestueus geluid mij een huivering van eerbied op de leden stortte en mij den Allerhoogste voor den geest stelde, als was het dat „suyzen van een sachte stilte" waarin de Heer zich aan zijn dienaars openbaart; oogenblikken, waarin uw donderende toon, ontzagwekkend als de klaterende wolk van Horeb, op mij nederdaalde en mij met den schrik des Heeren sloeg, of waarin ik in uw rollend gebulder de bazuine des laatsten oordeels meende te hooren; oogenblikken waarin uwe machtige stem voor mij de wolken deed scheuren, en mij onder uw zegevierend jubelen den hemel opende, waaruit mij reeds het lied der tienduizend maal tienduizenden scheen toe te klinken ! O zeker, al waart gij voor mij de eenige

Sluiten