is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SINT-NICOLAAS.

Een oud vrijer heeft weinig feestdagen in zijn leven. Hij is een gedwongen egoïst, die zich zeiven tot het middelpunt van al zijn vreugd en leed maakt. Hij mist de zaligheid zich van nabij in het geluk van anderen te verlustigen.

Het is waar, hij kan zich in de woning eens vriends dringen, en zich in den feestvierenden kring mengen; maar dit is een gebedelde vreugde, en vreugde is zoo weinig geschikt om een aalmoes te zijn ! Ook heb ik mijn stoute schoenen wel eens aangetrokken en aan de deur van een juichend gezin aangeklopt; maar ik heb er mij vaak kwalijk bij bevonden. Somtijds trok men een zuur gezicht tegen de onwelkome champignon, die zich een deel van de sappen kwam toeëigenen, waarop alleen de natuurlijke takken recht hadden; maar al was het dat men mij niet onvriendelijk ontving, ik schoot er op den langen duur toch over. Als het groote oogenblik van gelukwensching en omhelzing gekomen was, stond ik van verre, eenzaam vergeten, veronachtzaamd. Het was veel, als men zich terloops verschoonde: „Vergeef mij mijne onbeleefdheid, Neef! maar dit is een feest voor mijne kinderen. Die zijn vandaag de hoofdpersoon." Men vloog juichende op, viel elkander om den hals, drong in vroolijk en bont gewoel dooreen, terwijl men tranen stortte en lachte te gelijk, evenals op een Aprildag. Bij dit alles moest ik zorgen uit het gedrang te blijven. De kinderen, die bij mijn komst en vertrek gelast werden mij een kus te geven, rekenden zich nu vrij van het betalen dier schatting; ik maakte in mijn eigen oogen de figuur van den armen Pierrot, zooals hij met zijn ziekelijken glimlach voor eenen welvoorzienen disch staat te watertanden. Eindelijk