Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn jeugd, het geheele leven door, bestuurd en geleid werd ? — En wat toch wilt gij in de plaats geven van dit leidende wagengestarnte ? — wat anders dan den broodwagen der schrandere eigenbaat?"

Touchez ld, mon arni\ Dat is naar mijn hart gesproken. Zoo mag ik het h Doren van iemand, wiens wijsgeerige geest hem boven de verdenking verheft, waaronder ik lig, van somtijds met molentjes te loopen. Sterk door uwe goedkeuring verhef ik mij dus moedig tegen het kwaadwillig oog van zoo velen, die mij, om deze kruisvaart tegen den kunstouderdom, dien men den kinderen, even als de koepokken, wil inenten, voor een Socratischen jeugdbederver houden. En zoo dacht ook mijn vriend Rob, die mede een vriend van u was. Hij had een ingeroesten haat tegen de gepoeierde kinderknikkers en gewapende kinderdijtjes van vóór vijftig jaren! een jong mensch, die niet hooger zag dan zijn hoofd en niet verder reikte dan zijn armen, was hem een walg. Hij verlangde daarom niet, dat men juist tegen de maan stond te grijnen, en nooit dan met een natten neus naar de sterren keek. Zijn jongelings-geestdrift openbaarde zich geheel anders; zij ademde dienzelfden geest van losheid en vroolijkheid, dien zijn geheel wezen kenmerkte. Hij kon in zijn dartele buien met de maan omspringen, als droeg hij ze, even als de tooneelspeler in Shakespear's Midsummernights-dream, lantaarnsgewijze onder den arm en met de sterren leven als de Koningin der Nacht in de To over fluit, die ze als pailletten op haar zwarte japon draagt. Maar in die scherts lag daarom niettemin het geloof aan een hoogere wereld en het gevoel van behoefte daaraan. Als hij over de vele woningen, die de groote stad welke wij Heelal noemen vervullen, met zulk een gemeenzame vertrouwelijkheid sprak, en dan, met zijn geest door al die geheimzinnige lichtpaden dwalende, liep raden, waar hij zijn huis vinden moest.. . ! maar ik zie er van af om er u eenig denkbeeld van te geven; gij hadt hem zeiven moeten hooren! Zijn uitvallen waren van die, die men alleen met een gesternden hemel boven zich herhalen kan. Vraag er mij eens naar, als wij ooit samen op zulk een tooneel staan. Genoeg dat het hem aan geen sentimentaliteit ontbrak. Er lag in zijn Zomernachts-droomen, onder den schertsenden toon waarin hij voordroeg een diepe en verheven zin van heimwee en godsvrucht of, zoo als hij liefst zeide, omdat dit woord den geheelen geest van zijn vroomheid uitdrukte,

Sluiten