is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet hooren wil moet voelen. Dit in parenthesis zoo als mijn Rector placht te zeggen.

Zie hem daar liggen, mijn ouden, deftigen Staten-Bijbel! O, ik zie hem zoo gaarne in dit kleed ! Dat folio-formaat, die zwarte donkere omslag, die groote koperen sloten, zij hebben voor mijn gevoel iets eigenaardigs. Ik vind het zoo goed, dat men het den Bijbel terstond kan aanzien, dat het geen gewoon boek is. Gij gevoelt dus, dat ik met al die miniatuur-uitgaafjes niet veel op heb. Ik moet bekennen, aardig zijn ze, hondjes van Bijbeltjes, gelijk ik wel eens heb hooren zeggen, en gemakkelijk ook. Ik heb Engelsche diamond editions gezien, waarvan men er vijftig tegelijk in den rokzak kon steken. Maar toch willen ze mij niet recht bevallen. Ik weet wel, Mejuffrouw! het doet er niets toe, of UEd. met een 8° of 3 2° naar de kerk gaat, als uw mooie oogen de letters maar lezen kunnen. En als UEd. iets van den zang verstaat, komt het er ook niet op aan, al zijn in uw klein gezangboekje bij de meeste coupletten de muzieknoten weggelaten. Maar toch, er is voor mijn gevoel in die dwergjes van Bijbels iets ergerlijks. Het is voor mij — vergeef mij — of men den Bijbel wil wegsteken. Zie, ik vind er iets eerwaardigs in, als ik op den dag des Heeren een Dame van den ouderwetschen stempel naar Gods huis zie opgaan met een grooten Bijbel met sloten in de hand, dien zij, even als een soldaat zijn geweer, fier tegen den linker boezem draagt. Men ziet het haar ten minste aan, dat zij naar Gods huis gaat, en eerbied genoeg heeft voor zijn woord om het openlijk ten toon te dragen. Maar UEd. drentelt daarheen, zonder dat men merken kan of UEd. gaat bidden of rijden. En als UEd. uit de kerk een visite bij uw vriendin Angelique gaat maken, moet uw Bijbeltje al juist te gelijk met uw flacon uit uw zakdoek vallen, of niemand zou weten, dat UEd. den zondag gevierd had. Nog eens; ik weet wel, dat men den schat des Evangelies zoo wel in een schildpadden, als in een bordpapieren vat kan bewaren; ik weet wel, dat het Onze Vader, met calligraphische kunst op den omtrek van een stuivertje geschreven, even zoo wel het allervolmaaktste gebed is als het Onze Vader, in de Groote kerk, met vingerlange Gothische letters, op het houten schild tegenover uw bank geschilderd. Maar toch, zoo lang ik niet zie, dat UEd. uw mantille over de agrafe haalt, die uw collier sluit, of uw ver-