is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gangen het moeielijkst zijn, ik zal zoo vrij zijn over die moeilijkheden heen te springen, door geen overgang in het geheel te maken.

Om dan weer tot mijn register terug te keeren, hoeveel en velerlei gewaarwordingen rijzen er bij mij op, als ik het aanzie. Ziedaar, de geschiedenis van geheele geslachten in een klein bestek saamgevat. Wat er buiten dat met hen gebeurde, is nauwelijks der vermelding waardig. Hier vind ik de aanteekening van hun intrede in de wereld, van de vader- en moedervreugde door hen gesmaakt, van de vader- en moedersmart door hen geleden, en van de wijze huns ontslapens. Alles saamgenomen, niet veel meer dan het bericht des ouden Geschiedschrijvers : Henoch dan wandelde met Godt, en Godt nam hem wech. Maar waarom meer? Voor hen, op wie naderhand deze Bijbel zou overgaan, was dit weinige genoeg. Want dit alleen was van voortdurend belang; het overige rust met hun stof onder hunne zerken.

Op welk een waardige wijze heeft mijn Oudvader dit register ingewijd en geopend! Soli deo Gloria staat met groote letters bovenaan. Daaronder vindt gij de woorden van Josua: Aengaende my ende myn huys, wy sullen den Heere dienen. Vervolgens zijn naam

Aengaende my ende myn huys, wy sullen den Heere dienen. Welk een plechtige verbintenis voor hem en de zijnen! Zeker stelde hij zich daarbij zijn nakomelingschap voor den geest, in wiens handen deze Bijbel komen zou. Zij zouden het daar lezen, wat hun stamvader voor hen aan den Heer had toegezegd. Aan hen was het nakomen dier verbintenis opgedragen. Zij moesten nu weten, of zij dezen altaar der getuigenis wilden omwerpen, of daarop den eed huns vaders herhalen. Zij moesten het weten, of zij de assche des mans door hun afval in zijn graf ontrustten, of door hun getrouwheid daarop een eerzuil stichten wilden. Hij had het zijne gedaan. Hij liet het overige aan hun verantwoording over. O, wie weet, hoe menigeen, die de handen reeds tot het kwade had uitgestrekt, ze gebonden heeft gevoeld door die gelofte: Aengaende my ende myn huys, wy sullen den Heere dienen?

Hoe het zij, niet alleen het onderschrift bij den naam des mans geplaatst : in den Heere ontslapen, maar ook zooveel andere soortgelijke onderschriften, bij de namen zijner afstammelingen gevoegd, bewijzen dat dit woord niet ter aarde gevallen is. En de vrome man kan, met