is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiven : Dit is nu, omdat de wind Z Z. W. is en de zon op 65 graden Fahrenheit staat. Of nemen wij de moeite van uit te rekenen : omdat de zon werkt op deze spier en de wind op die zenuw, en de spier weêr op de zenuw en de zenuw op de spier, daarom word ik dit aangenaam gevoel gewaar ? — Geven wij ons niet veeleer gedachte- en bewusteloos over en toe aan het genot dat ons tegenkomt, en drukken, even als de bloemen en vlinders, onze tevredenheid uit door de aanraking van den koesterenden straal met een siddering van wellust te ontvangen, en den zoelen balsem van het koeltje met open mond in te drinken ? Ik voor mij althans heb meermalen ondervonden, dat het dwaas is met het genoegen den wijshoofd te spelen. Wanneer ik een enkelen keer onderzoeken wou : Waarom gevoel ik mij nu zoo wel ? heb ik gemerkt, dat ons genot veel heeft van het spel der spiegeling van een stroom, dat ophoud, zoodra men er aanraakt; en sedert heb ik mij gewend mijn handen thuis te houden en van het genoegen tot mijzelven te zeggen : Ik ben er genoegelijk door, dus het zal wel genoegen zijn.

Waarom zou dan ook de kindsheid geen blijde tijd mogen heeten ? Hé, Cornelis, en Willem, en Ferdinand, of wij pleizier hadden, wanneer wij, menschen van vier voet, den vlieger, die tweemaal onze grootte had, vierhonderd voeten hoog boven ons zagen, in de trotsche bewustheid van den luchtreus in onze kleine knuisten te klemmen ! Of het prettig was, bij den u bekenden houtzaagmolen over de flottende balken te springen met onophoudelijk gevaar van het getal der drijvende blokken met één te vermeerderen ! Of wij er vreugd van hadden als, op onze kinderpartijtjes, de grappige Caspar met zijn tooverlantaren kwam en ons met het leelijke Goliathshoofd en zijn verschrikkelijk boe! boe! te gelijk lachen en rillen deed ? Of het heerlijk was, den degen van Oom den Burgerkapitein achter ons aan te sleepen, en over de panden van zijn afgedankten uniformrok te struikelen ? Wanneer wij toen reeds in dat geluk niet zoo gelukkig geweest waren, zou er ons zulk een diepe indruk niet zijn bijgebleven. Zeg mij, kleine knaap, die mij van dat doek zoo vriendelijk toelacht, waart gij niet recht vergenoegd, toen gij daar aan den schoot van uw moeder zat, terwijl de zwarte man u uitteekende, en uw moeder onuitputtelijk was in allerlei grappige verhalen, opdat gij er op de teekening recht vroolijk en beminnelijk mocht uitzien ? Immers