Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de beschermengel van mijn zwakheid was. Niet alleen met de melk harer borsten ook met de melk haars harten, met al wat er ooit zachtst, mildst en teederst in een vrouwenziel was voedde zij mij op. Zoo boezemde zij mij reeds vroeg het gevoel eener groote liefde in ; indien mijn hart geen bekrompen hart is, maar in zijn genegenheid meerderen omvat, dan mijn armen omvademen kunnen, ik dank het haar, die mij als van mijn geboorte dien geest van liefde heeft ingeademd. O, het is zoo gelukkig, als de moeder begint met het geheele hart des kinds in te nemen. Dan is er reeds dadelijk een plaats vervuld, waar zich anders al spoedig het gevoel van eigenbaat indringt. Maar is eens de kiem der liefde in het weeke gemoed gevallen, dan groeit die met het wicht op, slaat haar vezels in zijn zenuwen en voedt zich met zijn bloed. Dan zet zij zich uit naarmate de borst ruimer wordt, en ofschoon het opschietend onkruid haar begint te drukken, zij blijft in het hart geworteld. Zalig dus, wie als kind van zijn moeder liefde leert : hij leert spelende, wat de eerste zijner plichten zal zijn ; hij neemt als een lust op, wat hij later als een last zal moeten dragen ; hij wordt door de liefde tot ééne voor de liefde tot allen gevormd ; en de armen, die nu den boezem omklemmen welke hen voedt, worden gewend om eens een ruimeren kring te omvatten, zooals het klimop, dat begint met zich om de jonge dunne scheut te slingeren, zich later van zelve met den uitzettenden stam uitbreidt. O, toenmaals wist ik niet beter, of ik had mijn moeder lief als mijn moeder, en zij mij als haar kind; maar toen ik later gevoelde, dat wij hier niet enkel moeder en kind geweest waren, maar dat haar liefde te gelijk tot opleiding voor den mensch, tot vorming van den Christen gediend had, toen zag ik eerst recht in, welk een geschenk van Gods vaderliefde deze moederliefde voor mij geweest is!

Ik kan van dit onderwerp nog niet scheiden. Wie een lieve moeder te gedenken heeft, zal er mij niet hard over vallen.

Toen de doos van Pandora openging, stroomden daaruit allerlei rampen, maar de hoop bleef op de bodem liggen. Toen het hart der menschen zich voor de zonden opende, verlieten allerlei deugden het menschelijk hart, maar het geweten bleef op den grond achter. Maar dit geweten, hoeveel hangt er van af, hoe het behandeld wordt ?

Hier is het een koppige goudvink, die op het eene oogenblik tot

Sluiten