Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En, toch dankbaar erken ik, hoe veel ik ook toen nog aan haar verplicht bleef. Dikwijls was haar tusschenkomst machtiger, indien al niet om mij van het kwade terug te houden, dan toch om mij tot het goede aan te sporen, dan de stem van mijn consciente zelve. Dit was vooial dan het geval, wanneer eenige overtreding mij met mijn geweten overhoop had geholpen. Om de waarheid te zeggen, dan was die rechter mij meestal te streng: althans hij schrikte mij evenzeer af, als hij mij uitlokte om de hand ter verzoening te reiken. Dit ging veel beter door haie tusschenkomst. Zij was, even als Gods woord, veel zachter dan mijn conscientie. Zij maakte mij de belijdenis zoo gemakkelijk; zij was zoo liefderijk in haar bestraffing; zij schonk zulk een volkomen vergiffenis ! Nooit stroomden mijn tranen lichter dan aan haar boezem, en nooit werden zij eerder afgedroogd. En hoe zij zulk een oogenblik wist te heiligen door, naar Borgers uitdrukking, den boetvaardige op te beuren, maar op te beuren tot God in den hemel; hoe zij, als zij mij vergiffenis geschonken had mij aan de voeten des hemelschen Vaders voerde, opdat ik die vergiffenis ook van Hem zou afsmeeken! Hoe zij aldus van de weekheid mijns harten gebruik maakte om er het teeken des kruises dieper in te drukken! O, gij kleine knaap, indien de zonde van dit voorhoofdje het zegel des doops nooit geheel heeft kunnen wegwisschen en, hoop ik, het ook verder ongeschonden zal moeten laten, dank er haar voor, die het eens onder de vonte hief!

Ja, daarheen droeg ze mij, maar niet gelijk zoo velen, uit gehoorzaamheid aan een maatschappelijke wet, omtrent gelijkstaande met de inschrijving des jonggeborenen op de registers van den Burgelijken stand. Niet alleen haar hoofd, haar geheele hart boog zich op de vrage of zij beloofde, „dit kind, als het tot sijn verstand sou gekomen zijn, in de voorseyde leer na haer vermogen te onderwijsen." Aan niemand stond zij de zoete taak af, mij het eerst den heiligen Vadernaam te leeren stamelen. Weet gij wat dit zegt ? Ik voor mij ken onder alle zegeningen, waarmede God de wieg eens kinds omringen kan, geen grootere dan een vrome moeder. Moeders zijn de ware kinder-apostelen! Niet alleen, omdat haar stem lichter en dieper in het hart van haar kroost dringt, maar ook, omdat vrouwelijk geloof en kinderlijk geloof zulk een nauwe verwantschap met elkander hebben. Op den zinnelijken

Sluiten