is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel schoon en goed, en zij is, zoowel als eenig ander deel der schepping, een tooneel van Gods almacht en liefde: de vrome Camphuijzen heeft gelijk:

Och, waren alle menschen wijs,

En deden daarbij wel,

Deze aarde ware een paradijs.

Maar toch is het een wellust voor iemand, wiens verbeelding verder reikt dan zijn oog, zich somwijlen met zijn geest in een volmaakter schepping te verplaatsen, waarvan het onvolmaakte der oude aarde is afgescheiden, de borst, door de nevelen van onzen dampkring beklemd, in een zuiverder aether te verruimen en te verkwikken, en zich in een eeuwige lente over de winters der aarde te troosten. Toch is het een wellust voor iemand, wiens verwachting verder reikt dan zijn gezicht, zich de nieuwe aarde te droomen, „nederdalende uyt den hemel, als een bruyt die haren manne verciert is"; of als Mozes in verrukking de woning in de lucht te aanschouwen, die men later in wezen hoopt te zien. Gelukkig alzoo voor hem, die dit verlangen in zich voelt ontwaken, dat hij Dichters en Zangers gereed vindt om hem op zulk een luchtreis te geleiden. Gelukkig wie Dante en Tasso, Shakespeare en Moore, Vondel en Bilderdijk, Klopstock en Schiller kan oproepen, om hem op de vleugelen van hun rijker verbeelding en stouter genie tot die hoogte op te heffen. O, wie ook, zwaar van hoofd en zwaar van hart, door zijn ongeloof de bezwering dier Toovenaars moge verbreken; wie zich door hen onwillig moge laten omhoog voeren, als de schildpad door den arend in de fabel; ik niet alzoo. Ik geef mij gaarne en gewillig aan hunne leiding over: ik zie hunne gezichten, ik droom hunne droomen, ik smaak hunne wellusten. Mijn nederige cel! Niemand zou vermoeden, welke betoovering dikwijls voor uw bewoner uw eenvoudig verblijf in een heerlijk lustoord veranderde. Niemand zou kunnen denken, dat die lompe gordijn visioenen verbergt, waarbij al wat er ooit schitterends van achter een toneelgordijn te voorschijn kwam, poppenspel is. Niemand zou gelooven, dat die kleine trap, die mij naar de bovenverdieping van mijn Bibliotheek voert, dikwijls een Jacobsladder is, die mij helpt om ten hemel op te klimmen. Heerlijke poëzie! Hoe wèl voegt gij op een