is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor mij zien openen en ontsluiten, al de aderen zien liggen, waaruit de heldere wellen van menschelijk geluk zoo mild voortspringen, al de zilveren stemmen hooren klinken, die de harmonie des levens scheppen, en de Voorzienigheid bewonderd in het schoonste zijner werken op aarde — een onschuldig vrouwenhart!

Oude vrijsters op zichzelven zijn mij dus niet liever dan hare zusteren; maar zij zijn verlatener, en hebben daardoor aanspraak op mij. Het kan mij leed doen, als ik in een gezelschap verschijne, haar terstond aan de onachtzaamheid te herkennen, waarmeê men haar behandelt, al herkende ik haar anders niet aan de eigenaardigheden van haar voorkomen. De mevrouwen nemen een voorname houding jegens haar aan; de jonge Dames sluiten ze als invaliden uit haren kring; de Heeren indien zij van pijp en glas scheiden kunnen, vervoegen zich bij voorkeur tot de fauteuils, of, als zij jonger zijn, tot de minderjarige schoonen; aan de oude Juffrouwen worden alleen de kruimelkens van het gezelschap toegeworpen.

Als ik dat zoo zie, doet mijn hart zeer. Ik ga dus moeders en dochters voorbij, en vervoeg mij dadelijk bij mijn vrouwelijke lotgenoot. Mij dunkt, dat is haar goed recht. Bilderdijk heeft in zijn dichtstuk Oude Vrijsters, naar alle billijkheid, deze arme miskenden op hare plaats en in hare eer gesteld, om al het vuur zijner verontwaardiging te richten tegen die vieux gargons, die door hun ongeregeld leven de orde der maatschappij verbreken en de oorzaak zijn, dat zooveel onschuldige schepsels onder het vrouwelijk lijden van een aanzijn zonder huwelijks- en moedervreugde gebukt gaan. En inderdaad! ik heb wel eens gezucht onder het denk • beeld, dat ieder oud vrijer den verlaten toestand van een zijner medeschepselen voor zijn rekening had. Ik heb gezucht als ik dacht, dat er ook door mijn schuld ééne eenzame meer was, dan er behoefde te zijn. Ik hoop, dat mijn onbekende schuldeischeres mij niet te hard moge vallen. Ik wage het, haar daarom te smeeken.

Lieve Juffrouw X!

„Ik kenne u niet, en gij mij ook niet. Maar ik ben toch uw schuldenaar. Want ik had u mijn hart en hand moeten aanbieden. Vergeef „mij, dat ik de vrijheid nam het niet te doen. Uw kieschheid waarborgt