is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landsche hoven, om de kinderen te bezoeken, die de staatkunde aan het hart dei moeder ontrukt en door zeeën van haar gescheiden heeft. En wat is dat alles nog, bij het deelen van de zorgen des bestuurs? Bij den plicht, om de groeve te verzachten, die de scherpe rand der kroon in het voorhoofd haars gemaals achterlaat? Om den vermoeiden en belasten den dienst te bewijzen van Aaron en Hur aan Mozes, daar zij de tegen Amalek opgeheven hand, toen zij te zwaar werd, ondersteunden? Om haar teedere schouders te laten kneuzen door het tillen van een last, die zelfs den sterken man nederbuigt ?

o Gouden vertrekken der Koningin! indien uwe wanden spreken konden, welk een Ilias van lijden zouden zij te verhalen hebben!

En gelukkiger nog de Vorstin, die niets dan de gemalin des Konings behoeft te zijn, in vergelijking van haar, die geroepen wordt, om den zetel alleen te bekleeden. Arme bloem van Kent! Hoe dubbel zwaar moet de driekroon der eilanden op uwe fijne slapen drukken! Welke een jammerlijke misgreep weder door de politiek tegen de natuur begaan, om een zoet, achttienjarig kind op den hoogen troon te heffen ! Zoo jong en reeds zoo hoog geplaatst! Gij doet mij denken aan die ellendige schepseltjes, over wie ik soms mijn hart heb voelen breken, die, vijf of zes jaar oud, gedwongen worden op de halsbrekende hoogte van een koord kunsten voor het publiek te verrichten. Wat springt men meêdoogenloos met u om! Wat heeft men u nog onlangs de straten van Londen rond en door het gewoel eener joelende menigte heengesleept! En dat eene jonge beschroomde, die, bij de uitgelatenheid van s volks geestdrift in Drurylane, zelfs de sporen van angstvalligheid niet verbergen kon. O, hoe wel versta ik, wat men bericht, dat gij de opgewondenheid van den grooten hoop, bij uwe verschijning, onverschillig hebt blijven aanzien. Wat de borst van een jongeling hoog had doen zwellen, moest op u noodzakelijk een onaangenamen indruk maken en uwe schuchterheid beangstigen. En toen gij daarna vernomen hebt, dat uw feestelijke optocht voor enkele uwer goede onderdanen doodelijk geweest is (plectanïur Achwi!) en dat het bloed van een jong wicht de wielen van uwen zegewagen bespat heeft, hoe beklaag ik u over den rouw, die daarbij uw hart zal hebben vervuld, onnoozele duive, Koningin Victoria!