Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand, wien Neêrlandsch bloed door de aadren vloeit, met het schoone lied van onzen Volksdichter, van het Vaderland vermag te scheiden ; de aanvuring onzer dagelijksche gebeden, voor hem op te zenden; en eindelijk de gedachtenis onzer eenvoudige en onschuldige vreugde, en onzer vreugde vóór en na die vreugde, die mij nu nog het hart warm maakt, terwijl ik deze regelen schrijve. O, wie nooit de waarde eener herinnering geschat heeft, dan voor zoover die zich op de hand liet wegen, roeme niet iets in de linkerborst te dragen, dat een hart heet.

Daar reed hij heen! Onze juichtonen, onze vivats, onze gelukwenschen volgden hem. „Vaarwel, o Koning!" riep ik hem in mijn geest achterna. „Vaarwel! Voleindig uw zege- en liefdetocht door de gewesten van uw goed en getrouw volk in zege en liefde! Wandel op de bloemen, die de burgerij, door de hand der onschuldigsten en lieftalligsten uit haar midden, u voor de voeten strooit! En wanneer gij in uw verheven woning teruggekeerd zijt, en daar de koningszorg u met vernieuwde zwaarte op de schouders valt, moge dan de geur dier bloemen u als eene herinnering omzweven, en u eenige vergoeding schenken voor de doornen, die op het hooge pad der koningin gezaaid zijn ! — Wèl den vorst, wiens pad een dorenpad is ! Het pad zijns volks is een pad van bloemen! En ook hem bereidt Hooger hand uit die doornen een kroon, schooner dan de keizerskroon van het Heilige Roomsche rijk ! Leve Willem II!

Zoo sprak ik; maar weinig dacht ik, dat mijn wensch reeds zoo spoedig verhoord zou worden; want terwijl ik deze regelen nederschrijf geniet alreeds onze Koning een van die blijde dagen, die de zorgen helpen vergoeden. Juist heden kondigt mijn geliefde Haarlemmer op aanstaanden Zaterdag de voltrekking van het hooge huwelijk tusschen Karei Alexander Augustus Johannes, Erf-Groothertog van Saxen-Weimar, en Wilhelmina Maria Sophia Louisa, Prinses der Nederlanden aan. Saxen-Weimar en Nederland — de vereeniging dier namen klinkt niet vreemd, vooral niet in het oor van een oud soldaat, die ze eenmaal op het veld van eer door dezelfde glorie omschitterd zag, toen de ridderlijke Hertog, die de hoogmoed en de wellust van ons leger is, de sleutels van Leuven voor den voet van zijn koninklijken krijgsbroeder nederleide : Willem van Oranje en Bernhard van Saxen-Weimar, een Vorst zulk een

Sluiten