is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarlijk, mijne vrienden! de Fransche hofprediker had recht. In gindschen doorluchtigen val, in dezen doorluchtigen dood heb ik het gezien, dat hij naar waarheid sprak: „God is groot! hoe grooter de koningen en grooten der aarde bij hun leven zijn geweest, des te verhevener is het getuigenis, dat zij bij hunnen val aan de alles te boven gaande grootheid Gods geven. God blijkt alsdan te zijn die Hij is, en de mensch is niets meer van dat alles wat hij dacht te wezen."

Wie had het gedacht ? Lodewijk Filips, de groote koning viel; Willem II, de zooveel minder groote en machtige koning bleef op den troon gezeteld, ja, zat daarop na des eersten val nog vaster dan ooit. Gelijk de dichter terecht zeide, wij konden juichen:

»Stort elders oproer en verraad »De vorsten van hun wankle tronen,

»Hoe bleef de trouw van d' onderzaat »Hier 's vorsten liefde en trouw beloonen!"

Maar helaas!

»Wat oproer noch verraad vermocht,

»Dat heeft de macht des doods gewrocht l"

Koning Willem II is niet meer! O, hoe daverde die rouwkreet scheller en feller dan de klokkenklepels, die straks te zijner eer alom begonnen te kleppen, door den lande heen! De ijzeren tongen, die van stad tot stad en van dorp tot dorp het elkander toegalmden, hieven gezamenlijk in de hoogte een klacht op, die echter verre overstemd werd door het geklag, waarmede zoo vele stemmen beneden het elkander toesnikten: „De Koning is gestorven! Willem II is niet meer!"

Willem II is niet meer! Die rouwgalm klonk nu in de plaats mijner woning, klonk ook in mijn huis, klonk ook in mijn hart. Wat Oranje voor mij is, wat Koning Willem II voor mij was, wat elk vorst uit het huis van Oranje — indien ik (wat God verhoede! ooit op nieuw een vorst uit dat huis den troon moest zien beklimmen), immer voor mij wezen zal, ik heb het meermalen kenbaar gemaakt; ik heb er bepaalder van doen blijken ook in die nederige veldbloem, die ik vóór acht jaren, ter begroeting van Willem II, op den weg van zijn eersten eeretocht