Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

populariteit, die hij zich had weten te verwerven. Zelden heeft een vorst beter het geheim verstaan om de waardigheid des konings met de minzaamheid van den mensch en den menschenvriend te vereenigen : vandaar dat hij de Koning van bijna even vele harten, als zielen was. Welke koning droeg ooit met meer recht den naam van beschermheer der kunsten? Welke koning had ooit meer aanspraak op den titel van weldoener der armen? Ik begrijp het mij, hoe een kunstenaar het eerste sein voor de oprichting van zijn standbeeld gaf; maar ik moet het er bijvoegen, indien men de tranen der beweldadigden in een urn vergaderen en die als eene lijkbus op zijn overschot plaatsen kon, dat dit hem een nog schooner gedenkteeken zou zijn. O, ik weet niet, of ik niet te stout spreke; maar mij dunkt, Willem II heeft in zijn korte levensdagen een groot werk volbracht. Hij ontving een kroon met doornen bezet; ontveinzen wij het niet, te recht of ten onrechte, de liefde des volks voor zijn Koning, de populariteit van Oranje in Nederland had geleden, toen Willem II Koning werd. Een vreemdeling, die vaak in onze zaken scherper ziet dan wij zeiven, heeft den toenmaligen staat van Nederland naar waarheid geschetst. „In de zestiende eeuw heeft de volharding van Willem den Zwijger Holland gered, in de negentiende heeft die van Willem I het land in groot gevaar gebracht. Dertig jaren oud beklom hij den troon, gedragen door al de wenschen, omringd door al de zegenwenschen zijner onderdanen. Het gansche land gaf zich met liefde en vertrouwen aan hem over, en in het hart van den rijke, zoowel als in het gemoed van den eenvoudigen dorpeling wekte zijn naam niets dan een gevoel van hoop en vereering op. Twee dwalingen hebben hem die voorbeeldelooze populariteit doen verliezen .... Maar welk een rust heerscht er in dit land! Welk een edele onderwerping! Welk eene standvastigheid! Toen Willem I de kroon nederlegde, hoorde men onder het publiek niet een enkele beschuldiging tegen de verschillende daden van zijne regeering, — hoorde men niet eene enkele klacht. Iedereen heeft bij zichzelven de redenen van dit besluit begrepen, en het stilzwijgen bewaard. Zelfs vertoonde zich in de bewijzen van liefde en vertrouwen, den nieuwen Koning betoond, eene zekere terughouding, die vol welvoegelijkheid was, alsof het volk vreesde, dat de openbaring van eene te groote geestdrift voor den zoon den schijn zou kunnen hebben van eene ver-

17

Sluiten