is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien geen Fransch leger, overmachtig en overmoedig, zich tusschen Leuven en Brussel had gesteld: de degen, dien ook ik op den IJzeren Berg als een starre der zegepraal tusschen de wolken van den kruitdamp heb zien blinken, en die ook mij als een starre naar het veld der overwinning en van daar wederom huiswaarts heeft geleid! Ziedaar alles wat ik zag; maar wat ik zag, kon mij niet beletten meer te zien dan dat. Het belette mij niet in den geest het lijkkleed van die kist te nemen, de kist te openen, en een blik op den daarin rustenden doode te slaan. Welk een aandoenlijk gezicht trof mij daar! Dat hoofd, dat zich zoo fier placht op te heffen, roerloos ter nedergezonken; dat sprekend oog vol geest en vuur verdoofd! Nog altijd diezelfde lach om den mond; maar die lach als in marmer gegoten, roerloos, koud en kil. Die borst, met de welverdiende eereteekenen versierd: maar het hart in die borst levenloos verstijfd en stil. Het geheel een beeld des doods; van dien dood, „die den geest der vorsten als rijpe druiven afsnijdt;" van dien dood, die koningen en bedelaars gelijk maakt, en den eersten recht geeft den laatsten met de woorden bij Jesaja toe te roepen: Zoo zijt gij dan ons gelijk geworden! Ach, wat was er nu van dien Koning overgebleven, die over zoovele millioenen had geheerscht! wiens schepter zich, behalve hier over de oevers der Zuiderzee, in een ander werelddeel over de eilanden eens onmetelijken oceaans had uitgestrekt! Een ziellooze stofklomp, die welhaast een wolk van stof zou zijn, als die stofwolk, die door de hoeven zijner paarden werd opgejaagd. „Mijne broeders! God alleen is groot!"

Zoo was dan nu, na zes-en vijftig jaren tijds, dat hoofd op weg om zijn laatste peluw te gaan zoeken. Ach! ach! hoeveel stormen hadden gedurende dat tijdvak niet al over dat hoofd gewaaid! Pas had het twee jaren geleefd, toen het reeds in de

«kinderlijke wieg moest hobblen op "'de baren,

»Uit huis en hof geschopt door dolle woestaardij."

Die eerste storm was opgevolgd door het' driedubbel geweld, waarmede Napoleon hier den burger in zijn volk vertrad, daar den vorst in zijn voorvaderlijk erfgoed beroofde, eldeis den krijgsman in zijn leven be-