is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloemen het bed, waarop hij sluimerde, abrikozen en perziken, vijgen en druiven het eerste voedsel, dat hij smaakte. Hij wist niet, dat er een Noorden bestond; hij vermoedde nauwelijks, wat koude, wat vuur, wat rook was.

Arme schoorsteenveger! De armoede van den vader stiet den twaalf jarigen Leonard ter deure uit. Men hing hem een oude mandoline om den hals, zette er een marmot op, gaf hem een stuk brood in den zak, en wees hem den weg naar het Noorden. Schreiende ging het jongske op weg. Men moest hem van zijne ouders losscheuren; men moest hem met geweld voortdrijven; het was als voorzag hij, wat hem te wachten stond. — Nooit had Leonard gedacht, dat er landen waren zoo karig door de natuur bedeeld, als het vlakke moerassige landje, waar hij eindelijk van zijn lange reis uitrustte. Met iederen dag was hij treuriger geworden. Want met iederen dag dat hij verder trok, vond hij het minder schoon dan in zijn vaderland, en iederen dag werd tevens het verlangen naar dat vaderland sterker. Als hij zijn marmotje niet gehad had, zou hij van heimwee gestorven zijn. — Zijn vader had hem een ouden vriend medegegeven, die in Holland het bedrijf van schoorsteenveger uitoefende. Op zekeren avond stond hij voor een huis waar een bordje uitstak, met het opschrift: Gebroeders Leoni, Italiaansche schoorsteenvegers en rookverdrijvers. Voor de deur lagen eenige zwarte garden, wier onaangename reuk Leonard het hoofd doet afwenden. De deur werd geopend. De jongste der Leoni's ontving hem vriendelijk. Hij werd in huis opgenomen. Onder het avondeten werd er in het Italiaansch over Italië gesproken. Men sprak in zijn moedertaal over zijn vaderland. Leonard was bijna weder gelukkig, 's Nachts droomde hij van Italië en van het ouderlijk huis.

Arme schoorsteenveger! Den anderen morgen werden hem zijn lompen uitgetrokken, en hij in een grof linnen kleed gestoken met een lossen kap over 't hoofd. Toen hij zich in den spiegel bezag, had hij in zijn oogen veel van een monnik uit zijn vaderland. Ook zag hij er in het nieuwe pak alleraardigst uit: en een ieder die hem op straat, aan de zijde van den oudsten Leoni, op zijn eerste proef zag uitgaan, kon de oogen nauwelijks van hem afhouden. Al de meisjes knikten tegen den jongen helderen schoorsteenveger. — Maar die vreugde duurde kort.