is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken — en daarmeê laat zich de opdracht die hier aan mij geschiedt, wel eenigszins vergelijken — wat zal hij dan doen? Dan moet hij wel, of hij wil of niet, den spiegel te baat nemen om zijn eigen gelaat te zien en dat, zooals het is, mooi of leelijk, blank of bruin, harig of kaal, gebaard of glad, terug te geven. Doet hij dat eerlijk en trouw, zonder zijn beeld op te smukken en zichzelven te vleien, welnu, dan is hij verantwoord: het is genoeg, als hij onder zijn portret met een goed geweten schrijven kan: ad vivum delineavit, geteekend naar het leven. Vindt gij nu zulk een — ik weet niet, of ik hier het woord „zelfschildering', gebruiken durf — onverschillig of het met pen of penseel geschiedt, altijd toch min of meer ongepast? Ik kan het niet helpen. Het is besteld werk: de schuld ligt bij mijne vrienden de Uitgevers. Zij mogen en moeten er de schuld van dragen, en ik ben er zeker van, dat ik niets waag met dien wissel op hen te trekken: zij zullen dien niet onge_ honoreerd laten.

En nu ter zake.

Waarmeê te beginnen? Natuurlijk met het begin. Voor een menschenkind is dat de dag der geboorte. Voor een papieren kind is het niet anders. Waar en hoe was het, dat mijnwerk Waarheid en Droomen in het leven trad?

De toedracht der zaak is niet geheel onbekend gebleven. Mijn hooggeachte vriend Dr. Jan ten Brink heeft er, na een en ander daaromtrent uit mijn mond vernomen te hebben elders wat van uit de school geklapt. Nu, dat mocht hij vrijelijk doen; ik had het hem niet verboden. Ik zal nu echter op mijn beurt zoo vrij zijn, daarop hier nog eens terug te komen.

Wij beginnen met een sprong met onze verbeelding te doen. Verbeeld u dus : Wij zijn ten jare 1839 te Heiloo, mijn voormalige woonplaats, zooals men weten zal. Ook mijn vriend Nicolaas Beets houdt er tijdelijk zijn verblijf. Potgieter is bij mij, gelijk de landslui daar, de Kennemers, zeggen» te waardschap. Wij wandelen onder de prachtige beukeboomen van den Nijenburg, en spreken over een lievelings onderwerp, de vaderlandsche letteren. Potgieter zal een nieuwen almanak, de Tesselschade uitgeven, en verlangt, gelijk van Beets, zoo ook van mij, een bijdrage.