Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wel door het voor dien dienst beschikbaar stellen van eene afzonderlijke localiteit.

Toeneming van het aantal kantoren.

Voorts zij er op gewezen dat het aantal der post- en telegraafkantoren in den loop der jaren gestadig toenam. In kleine plaatsen met gering verkeer wordt in den postdienst voorzien door hulppostkantoren aan wier hoofd een brievengaarder staat, die zelf te zorgen heeft voor zijne woning met kantoorlokaal, waarvoor hij van Rijkswege eene vergoeding krijgt. Tot de vervanging van een hulpkantoor door een hoofdkantoor wordt, met het oog op de daaraan verbonden hoogere exploitatiekosten, in den regel eerst dan overgegaan, wanneer het verkeer zoo omvangrijk wordt, dat de bediening niet langer in handen van één persoon kan blijven, wanneer de geldelijke verantwoording te aanzienlijk wordt in verhouding tot (ie bezoldiging van den brievengaarder of wel wanneer de belangen van het publiek eene zoo ruime kantooropenstelling of uitbreiding van postgelegenheden vorderen, dat de dienst voor één persoon te zwaar zou zijn.

Waar nu het postverkeer in de laatste jaren zulk eene hooge vlucht nam en de werkkring «Ier brievengaarders door de bemoeiingen met Rijkspostspaarbank. Rijksverzekeringsbank en quitantiëninvordering, alsmede door de toevoeging van telegrafie en telefonie op vele plaatsen te omvangrijk werd, leidde zulks noodwendig tot de verheffing van vele hulpkantoren tot hoofdkantoren en ontstond uit den aard der zaak daardoor de behoefte aan de stichting van post- en telegraafgebouwen in meerdere kleine plaatsen.

WJjze waarop in de behoefte aan post- en telegraafgebouwen wordt voorzien.

Hoe wordt nu in de behoefte aan post- en telegraafgebouwen voorzien ?

Voor de beantwoording van deze vraag zij allereerst opgemerkt, dat vóór het jaar 1870 de post- en de telegraafdienst gescheiden waren: de postdienst ressorteerde onder het Departement van Financiën, de telegraafdienst onder het Departement van Binnenlandsche Zaken. Met ingang van 1 Januari 1870 kwam hierin verandering, toen op grond van het Kon. Besluit van 2 Augustus 18(19 de Administratie van de Rijkstelegraaf en de behandeling der zaken, die «Ie telegraphie in het algemeen betroffen, naar het Departement van Financiën werden overgebracht.

De voor de uitvoering van den postdienst noodige gebouwen werden aanvankelijk slechts bij uitzondering van Rijkswege gesticht. Vóór het jaar 1870 was het regel, flat het huren van een geschikt perceel — voor kantoor zoowel als voor eigen woning — werd overgelaten aan dengene, die belast werd met het beheer van het kantoor, terwijl deze dan van het Rijk eene toelage ontving voor de te betalen huur.

Aan deze regeling was het bezwaar verbonden, dat de beheerder somwijlen te veel lette op het bezit eener goede woning, zoodat kantoor gehouden werd in een minder geschikt vertrek en dat, bij wisseling van beheerder, het kantoor vaak naar een ander perceel moest worden overgebracht. In de grootere plaatsen deed zich voorts reeds spoedig behoefte aan meer ruimte, dan gewone woonhuizen aanboden, gevoelen, waardoor aldaar allereerst de noodzakelijkheid ontstond tot de stichting van speciaal voor het doel ingerichte gebouwen over te gaan.

In het jaar 18H9 werd bij eene aanschrijving 2) van den Minister van Financiën de aandacht van de Inspecteurs en Directeuren gevestigd op de wenschelijkheid om zooveel mogelijk in alle gemeenten een vast postgebouw te verkrijgen en werd met het oog daarop in overweging gegeven in overleg

') (1. (1. 28 Juni 1869 (circulaire n°. 758).

Sluiten