Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te treden met de gemeentebesturen of, indien deze niet tot medewerking bereid waren, met particulieren ten einde schikkingen voor te bereiden, welke tot bereiking van het beoogde doel konden leiden.

Terwijl dus vóór het jaar 1870 de voor den postdienst noodige gebouwen gehuurd werden door den beheerder van het kantoor, werd in tegenstelling hiermede, wat den tclHtjraiifdmiat betreft, in de allereerste tijden aan de gemeenten, welke in aanmerking kwamen voor de vestiging van een telegraafkantoor, de verplichting opgelegd voor eigen rekening de kantoorlokalen beschikbaar te stellen. Zoodanig kantoor werd dan bij wijze van proefneming gedurende een jaar bezet om te zien, of de voor een kantoor met vollen dagdienst op f 2000 en voor een met beperkten dagdienst op f'1500 geraamde jaarlijksche kosten, uit de opbrengst konden worden bestreden.

De zorg voor de telegraafgebouwen was sedert het inwerking treden van de Rijkstelegraaf opgedragen aan de ambtenaren van den Rijkswaterstaat, die hiermede tot 1 Januari 1877 belast zijn geweest, Met ingang van dien datum werd met het beheer der post- en telegraafgebouwen een, sinds 1 April 187u daarvoor bij het Departement van Financiën aangestelde bouwkundige, belast. Korten tijd na dien werd bij K. B. van 0 November 1877 het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid ingesteld en de zorg voor de Posterijen en Telegrafie werd van het Departement van Financiën naar het nieuwe Departement overgebracht. 0]) 1 Maart 1878 kwam het onderhoud van alle landsgebouwen, ook die van de Rijkstelegraaf, in handen van een ingenieur-architect van de Landsgebouwen, terwijl de reeds genoemde bouwkundige belast bleef met het ontwerpen en uitvoeren van nieuwe gebouwen, alsmede met het toezicht op het onderhoud dier geitouwen gedurende één jaar na de oplevering. Na het verstrijken van dien . termijn ging liet toezicht over op den ingenieur-architect. Deze bepalingen bleven in stand tot 1 Juni 1882 toen zij vervangen werden door eene nieuwe regeling, waarbij het beheer en het toezicht op den aanleg en het onderhoud van de onder liet Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid ressorteerende gebouwen, werden opgedragen aan een tweetal bouwkundigen. Hieruit heeft zich het tegenwoordige instituut van de bureaux der Landsgebouwen lste en 2de District ontwikkeld.

De hierboven genoemde vereeniging in het jaar 1870 van den post- en telegraafdienst onder het Departement van Financiën was mede gegrond op de overweging, dat daardoor vereenvoudiging bij de inrichting van de diensten en besparing van uitgaven zouden zijn te verkrijgen. Tevens kon van zoodanige vereeniging het gevolg worden, dat, zonder overwegend bezwaar voor 's Rijks schatkist, in kleinere gemeenten Rijkstelegraafkantoren zouden kunnen worden gevestigd. Reeds in het jaar 1869 waren bij de oprichting van eenige nieuwe telegraafkantoren pogingen in het werk gesteld om deze kantoren ook voor den postdienst te gebruiken; deze pogingen slaagden echter niet. voornamelijk door de moeilijkheid geschikte personen te vinden, die met de leiding van den vereenigden dienst konden belast worden. Intusschen werd bij de voorgenomen stichting van enkele post-en

i) Na de instelling in het jaar 1905 van het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel voert sinds l Juli 1906 dat van Waterstaat, Handel en Nijverheid den naam van Departement van Waterstaat.