Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de beschouwing van de bijlage B springt verder in het oog, dat groote verschillen in bouwkosten voorkomen, welke geen verband houden met de oppervlakte der gebouwen.

Zulke verschillen kunnen in allerlei toevallige omstandigheden, soms van plaatselijken aard, hunne verklaring vinden, maar er zijn toch ook verschillende factoren welke, afgescheiden van de inrichting der gebouwen, hebben bijgedragen tot de toeneming van de bouwkosten.

Daarbij behoeft nog geenszins aan onnoodige weelde of te ruime opvatting te worden gedacht. Immers sedert het Rijk tot de stichting van post- en telegraafgebouwen overging, zijn aan deze, evenals in het algemeen aan voor den openbaren dienst bestemde gebouwen, gedurig andere en veelal hoogere eischen gesteld. Lokalen en inrichtingen, welke vroeger voor de uitoefening van den dienst voldoende werden geacht, meent men thans niet meer te mogen toelaten. Bijzondere voorzieningen worden geëischt tegen brandgevaar. Voorschriften zijn gegeven omtrent de oppervlakte en den inhoud van de vertrekken in verband met het aantal personen dat er in dienst kan doen. Tochtportalen, ruime vestibules, voorzieningen tegen inbraak, brengen kosten met zich, welke vroeger niet gemaakt werden; allerlei langzamerhand regel geworden eischen, werden voorheen niet gesteld. Ook aan de woningen van de beheerders der kantoren worden veel hoogere eischen gesteld dan vroeger.

Bovendien zijn in het algemeen de kosten van bouwwerken in den loop der tijden sterk gestegen, tengevolge van verhooging van werkloonen en materiaalprijzen alsmede in verband met de bepalingen der Ongevallenwet, terwijl ook de aankoop van gronden voor gebouwen, die op goeden stand, d. w. z. in het centrum der bebouwde kom zijn gelegen, voortdurend grooter uitgaven vordert.

Terwijl aan de in de laatste zinsnede genoemde oorzaken der stijging uit den aard der zaak niet te veranderen valt, scheen het wenschelijk in het bijzonder na te gaan in hoeverre de uitgaven voor den bouw der plattelandskantoren zouden kunnen worden verminderd door de eischen, welke aan de té bouwen kantoren worden gesteld, tot de met het oog op den dienst beslist noodzakelijke, te beperken.

Het is dan noodig te overwegen, aan welke noodzakelijke eischen elk der dienstlokalen behoort te voldoen.

Aantal, afmeting- Kantoorlokaal, en inriehting Tan de localiteiten en hunne indeelinpr.

I)e afmetingen van het kantoorlokaal worden in hoofdzaak beheerscht door het voor den dienst benoodigde aantal meubelen en het aantal personen, welke in dat lokaal eene plaats moeten vinden en waarbij de noodige bewegingsruimte moet aanwezig zijn.

Bij de kantoren, welke in het onderzoek der Commissie werden betrokken, wisselt het aantal ambtenaren, dat naast den directeur den dienst waarneemt, van één tot zes af. Uit de bijlage D, welke opgemaakt is naar de gegevens verstrekt in de Verslagen aan de Koningin betrekkelijk den dienst der Posterijen, der Telegrafie en der Telefonie, blijkt, dat van de 185 kantoren der 6d0, 7dü en 8ste klasse in het jaar 1907 de directeur in 83 kantoren werd bijgestaan door één ambtenaar, in 51 kantoren door 2 ambtenaren, in 30 door 3, in 11 door 4, in 4 door 5 en in 2 kantoren door 6 ambtenaren. In vier kantoren (alle tot de 8ste klasse behoorende) werden de werkzaamheden door den directeur alleen verricht 2).

Onder liet in bijlage D opgenomen hoofd „personeel" is de directeur van het kantoor niet begrepen.

Sluiten