is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

Aegypte 111 betrekking tot do Babyloniërs, Syriërs, Phoeniciërs en Israëlieten.

e gioote rivieren hebben de oudste beschaving aan hun 3 W O0Vers zien Roeien. Evenals aan den Nijl in Aegypte,

è 1®!#^ f Z0° VmdeU in Mes°P°tamië aan Euphraat en Tigris de Euphraat en I Sporen vau een overoude cultuur, die vermoedelijk nog ouder Tigris'

J *s ^an de Aegyptische. Ontspringende in de Armenische

bei gen, stroomen de beide rivieren naar het Zuidoosten, vereenigen zich ten slotte in een delta en vloeien zoo uit in de Perzische golf.

Spoedig nadat zij de bergen hebben verlaten, zijn zij bevaarbaar; wanneer de sneeuw in Armenië in het voorjaar smelt, treden zij buiten haar oevers en bevruchten, evenals de Nijl, maar minder intens, het omliggende land. Deze viuchtbare vlakte is in overoude tijden bewoond geworden door volkeren,

die hun oorsprong afleidden uit Midden-Aziatische gewesten. Aan den mond De der rivieren vestigden zich de Sumeriërs, ten Noorden van hen de Akkadiërs, Sumeriërsten Oosten van den Tigris eindelijk de Kossaeërs en de Kissiërs. Alleen de Akkers, beide eerste stammen hebben het tot geregelde toestanden gebracht. In hun KosïU-s. gebied, het latere Babylonië, ontkiemde een oude, geheel zelfstandige beschaving, De Kissiërs die wel in innerlijke waarde en consequente ontwikkeling beneden die van Aegypte staat, maar wier invloed op latere geslachten van wellicht nog meer beteekenis is. Door den aanleg van kanalen en dijkwerken regelde men ook hier de overstroomingen en verdeelde ze over het geheele land. Ook hier was de waterstaat de eerste organisatie van het volk; er ontstonden kleine gebieden, die ten slotte tot groote statencomplexen zijn samengegroeid. Deze gebieden hebben evenals in Aegypte hun eigen goden, aan wie heiligdommen worden toegewijd. Koningen regeeren de verschillende staten.

Hoe lang deze oudste volken het stroomenland hebben bewoond, is onzeker.

Maai vast staat het, dat zij ten slotte de prooi zijn geworden van Semitische