is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De veroveraars. Deze, de Chaldaeërs, hebben zich in niet nader vast te stellen

Chaldaeërs.

eeuwen van het land meester gemaakt en onderdrukken en verdringen de aloude bevolking. Omstreeks 3000 v. Chr. moet dit proces reeds zoo goed als volledig zijn voltooid. Bij het begin der ons bekende geschiedenis van Babyion vinden wij overal een zeer gemengde bevolking, waarin het Semitische element beslist de bovenhand heeft. Evenals in Aegypte Mena, vinden wij in Babyion +rf°oo ®arëon a^s oudste bekende koning. Maar vermoedelijk had hij tal van voorgangers. Hem volgen dan weer reeksen van dynastieën op. Vreemde veroveraars, o. a. de Elamieten, bezetten het land; dan volgen weer Chaldeeuwsche Koningen; geruchten van oorlogen en veroveringen komen in de spaarzame berichten van dezen tijd tot ons. De Kossaeërs moeten zelfs een tijdlang Babel hebben bezet. Zoo gaat het steeds door; de Koningen volgen elkander op, strijden of strijden niet en sterven.

chammoe- De beroemdste van deze Koningen is geweest de machtige Chainmoerabi,

rabi, ± 2200. • , , , , . .

wiens naam zal blijven leven door de van hem afkomstige wetten, die in 1902 gevonden, een geheel nieuw licht werpen op deze overoude maatschappij. Hij moet een geweldig heerscher zijn geweest, die groote overwinningen heelt behaald. Maar bovendien was hij een vredevorst, die de overstroomingen van den Euphraat door dammen en kanalen regelde, graanpakhuizen bouwde en in het algemeen den geheelen economischen toestand van zijn land persoonlijk ordende. Niets ontging zijn scherpen blik; de bepalingen, die hij ovëF bijna alle takken van het burgerlijk en sociaal leven van zijn volk heeft uitgevaardigd, bewijzen zoowel de samengesteldheid dezer overoude maatschappij als den ruimen blik van den vorst, die alle verhoudingen op doeltreffende wijze wist te regelen en conflicten en twisten wist te voorkomen. Het is zoo goed als zeker, dat Chammoerabi, die de grondvester was van het groote Babylonische rijk, om de vorming en leiding van dit door hem tot een organisch geheel gegroeide gebied tot de groote Koningen der Oudheid moet worden gerekend.

De Belangrijk bovenal is de beschaving van dit volk, dat evenals de Aegvpte-

Babylonische . ' 0t/ r

beschaving, naren tal van in steen gegrifte oorkonden over zijn leven en bedrijf heeft nagelaten, die, sedert eeuwen verloren, eerst in de vorige eeuw door het ijverig onderzoek der Europeesche geleerden weer voor den dag zijn gekomen. In groote trekken is het beeld van deze Babylonische beschaving te teekenen. De grondslag daarvan is Sumerisch-Akkadisch, door de Semieten overgenomen en naar hun behoeften gewijzigd. Zoo is het letterschrift, het spijkerschrift, ongetwijfeld vóór-Semitisch. Ook de godsdienst was reeds overoud. De vereering van geesten, die zich in de natuur openbaren en den mensch heil of onheil kunnen brengen, is een voornaam punt in dezen godsdienst; door offers en gebeden worden ze tot genade tegenover de menschen bewogen. Naast deze geesten staan de goden, die oVer hemel en aarde heerschen; de god des hemels en die van het water, die van strijd en dood, machtige