is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omwoners. Van oudsher heette zijn stamgod, zijn Baiil, Jahwe. Hij is de nationale god, de beschermheer van Koning en Staat, de oorlogsgod, die als heer der heerscharen zijn volk ter overwinning voert of, zoo Hij reden heeft vertoornd te zijn, het ten verderve leidt. Hij is naijverig opzijn macht; niemand mag Hem naderen; Zijn aanblik brengt den dood; Hij eischt van zijn volk het bloedoffer der besnijdenis; vreeselijk kan Hij toornen op Zijn volk. In den krijg is de vijand en zijn bezit Hem gewijd; mensch en vee wordt daarom na de overwinning gedood. Daarnaast is Hij echter de schenker alles goeds, van de gaven der natuur, de veldvruchten en het vee; Hem worden daarvoor de eerstelingen van vrucht en vee gewijd. Het voorjaarsfeest, het oogstfeest en het wijnoogstfeest zijn Jahwe's voornaamste feesten; daarnaast viert men de nieuwe maan en den sabbath. De vormen van godsvereering zijn dezelfde als bij de andere Syrische stammen. Op bergen, onder boomen, bij oude steenen en elders richt men Jahwe altaren op. Later komen hier en daar tempels voor, waaraan priesters werden verbonden. Afbeeldingen van Jahwe komen in de oudere tijden voor. Hij woont op de^^plaats van zijn heiligdom; daar heeft hij orakels.

Naast Jahwe, den stamgod, worden van oudsher andere goden vereerd, boven allen Baal, de opperste heer der wereld, die in Jeruzalem ziju tempel heeft/ Daarnaast is ook Astarte de godin, voor wie nog Salomo een altaar deed oprichten. Zon en maan worden als goden beschouwd, om van andere niet te spreken. Menschenoffers, zelfs kinderoffers komen voor; men denke slechts aan Abraham en Jephtah. Maar alle andere goden wijken hoe langer hoe meer op den achtergrond voor den machtigen stamgod Jahwe. Hoe meer overwinningen Israël behaalde, hoe meer moest ziju eigen god, dien geen ander volk vereerde, stijgen/ Hij wordt weldra de opperste god, aan wien alle andere onderdanig zijn. Doch later gaat de ontwikkeling verder; de andere goden smelten met Jahwe samen of worden, zooals Baal, door hem bestreden en verdreven. Uit een godsdienstig oogpunt is de geheele Israëlitische geschiedenis een hardnekkige, verwoede kamp tusschen het polytheisme en liet monotheisme. In dezen strijd nam de beteekenis der priesters steeds toe. In plaats van de bijzondere altaren kwamen de staatsheiligdommen, waarvan de priesters door den Koning worden benoemd. Een erfelijke priesterstand ontstond; de priesters golden voor nakomelingen van Levi, uit wiens stam ook de groote wetgever Mozes was gesproten. Zij worden meer en meer de bemiddelaars tusschen Jahwe en Zijn volk; zij verstaan Zijn wil; zij maken deze aan het volk bekend; zij brengen de benoodigde offers; zij zijn de bewaarders der heilige overlevering en geschiedenis. Maar naast de priesters, de geordende bemiddelaars tusschen godheid en volk,, heeft Jahwe ook minder officieele, maar niet minder bezielde verkondigers van Zijn wil, zieners, later ook profeten; naast hen staan de Nazireeërs, die zich geheel aan Jahwe's dienst wijden en ten teeken daarvan het haar lieten groeien.