Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

barbaren gesticht. Alle niet vertegenwoordigde staten werden tot toetreding tot den bond uitgenoodigd. Verspieders werden naar Klein-Azië gezonden om kondschap over de Perzische toerustingen te verkrijgen. De leiding van den bond verkreeg Sparta, dat de grootste macht en ook het hoogste aanzien bezat. Maar de beslissing lag bij Themistocles en de ephoren, die geregeld overleg pleegden. Themistocles wist de ephoren te overtuigen, dat een veldslag moest worden vermeden, daar zelfs een overwinning te land zoo goed als waardeloos was. De beslissing moest ter zee vallen; als de Perzische vloot eenmaal was verslagen, was het leger den Koning van geen nut meer en was Griekenland meester van de Aegaeische, zelfs van de Middellandsche zee. Het pleit voor den staatsmansblik der ephoren, dat Themistocles hen van de juistheid van zijn inzichten heeft kunnen overtuigen, hoewel daardoor de leiding \an Griekenland aan Sparta, dat geen vloot bezat, dreigde te ontvallen, vanx^rxel. Terwijl Griekenland zich aldus op den komenden strijd voorbereidde, was Xerxes reeds opgebroken. In Mei 480 trok hij de bruggen over den Hellespont over en dirigeerde zijn kolossaal leger door Thracië en Macedonië. Intusschen volgde de vloot de Thracische kust, voer door het Athoskanaal en trof bij Thermae weer met het leger samen. Hoe sterk het leger was, is moeilijk uit te maken: ongetwijfeld zijn de getallen, in de oudheid zelf genoemd en die van millioenen spreken, veel te hoog. Vermoedelijk waren ei niet meer dan 100,000 combattanten; daarnaast was de legertros buitengewoon groot, grooter dan het leger zelf. De vloot was waarschijnlijk, transportschepen inbegrepen, ongeveer duizend schepen sterk; haar bemanning bedroeg tegen de 200,000 man.

Verdediging Terecht werd door de Grieken besloten niet in het onverdedigbare Thessalië

Griekenland.Stand te houden. Des te gemakkelijker scheen de stelling ten Zuiden van dat land te verdedigen. Hier vormt de zee tusschen Euboea en de Thessalische kust een smalle diepe insnijding, waar het voor de Perzen onmogelijk was hun zeemacht te ontplooien. Aan de zuidzijde daarvan raken de uitloopers van den Oeta vlak aan de zee en laten daar slechts een smallen weg, de Thermopylae, open. Daar kon een zwak legercorps een groote armee den weg versperren; intusschen kon de Grieksche vloot den kamp tegen de Perzische schepen aanvaarden. De vloot was opgevaren naar Artemisium op de Noordkust van Euboea; haar aanvoerder was de Spartaan Eurybiades; zij was '270 trieren sterk, waarvan 127 Atheensche onder Themistocles. De Thermopylae werden dooi Koning Leonidas zeil met 4000 Peloponnesiërs, waaronder 300 Spartanen, en nog een duizendtal anderen bezet. Zoo wachtte men Xerxes af, die inmiddels Thessalië zonder slag of stoot had bemachtigd. Maar ongelukkig genoeg bracht al dadelijk bij Magnesia een storm zijn vloot zeer belangrijke schade toe; het geiedde gedeelte voer naar het Zuiden. Van Thessalië uit verscheen tevens liet Perzische leger voor de Thermopylae. Toen stonden ter zee en te land de legermachten tegenover elkander; een dubbele slag was onvermijdelijk. Xerxes

Sluiten