is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos aan Perzië zouden zijn overgeleverd; en dat, zoo Athene hen verdedigde,

zij niets verder te eischen hadden; bovendien trokken zij indirect enorme voordeden van het verbond met Athene. Daarbij, hoe meer de bond een staat werd — en dat was Pericles' einddoel, — hoe beter het was voor de toekomst niet alleen van Athene, maar ook van Griekenland. Mannen als Sophocles en Herodotus begrepen dat en hebben daarom Pericles steeds gesteund en zelfs bewonderd. De uitkomst heeft bewezen, dat zij juist hebben gezien. Met den val van het Atheensche rijk is het ook voor goed gedaan met de grootheid van Hellas. Dat gevoelde ook het Atheensche volk; daarom verzette het zich met kracht tegen de pogingen der conservatieven om de regelmatige ontwikkeling der dingen tegen te houden. In 443 werd Thucydides dan ook door het ostracisme Thucydides verbannen. Daarmede was Pericles' heerschappij voor goed gevestigd. Kort verb4^nen' daarna werd de bond gereorganiseerd en in vijf provinciën verdeeld. Daarnaar werden de schattingen door de hellanotamiën onder voorzitterschap van niemand minder dan Sophocles opnieuw vastgesteld en billijker geregeld.

Na de verbanning van Thucydides in 443 tot zijn dood in 429 is Pericles Pericles' de onbeperkte, onverantwoordelijke beheerscher van den Atheenschen staat karRktergeweest. In naam een democratie, was Athene inderdaad het rijk van den grooten volksman. Hij was in waarheid de koning, of, wil men, de tyran van Athene. De volksvergadering beheerschte hij volkomen; ieder jaar werd hij tot strateeg gekozen; bovendien verkreeg hij zitting in zoo goed als alle commissiën, o. a. die voor de groote bouwwerken. Alle staatszaken, de belangrijke zoowel als de onbeduidende, gingen door zijn hand. Allen, ook mannen van beteekenis, bogen voor den machtigen man, sommigen eerst tegen hun wil, allen weldra overtuigd van zijn groote gaven, gevangen door zijn machtigen geest. Sophocles, Andocides, Callias, Nicias, ten slotte Phidias stonden hem gaarne bij zijn groote plannen ter zijde. Pericles was een harmonische natuur, zoowel in zijn uiterlijke verschijning als in zijn geestesgaven. Een voortreffelijke aanleg was door opvoeding, milieu en tijdsomstandigheden tot volle ontwikkeling gebracht. Geen zijde van het leven zijner tijdgenooten was hem vreemd. Muzikaal was hij in de hoogste mate. Tot Sophocles en Herodotus stond hij in zeer intieme betrekking. Voor Phidias was hij een medelevend, begrijpend vriend. Hij was doordrongen van de denkbeelden van den nieuwen tijd; Zeno heeft hij gehoord; Anaxagoras werd zijn vertrouwde; met Protagoras kon hij disputeeren. Hij was een voorname, aristocratische natuur, die geloofde aan de onverwoestbare levens- en scheppingskracht van zijn volk, dat de hoogste eischen der menschelijke beschaving kon vervullen en daardoor het recht en dus den plicht had over andere volken te gebieden. Dat nooit door hem verloochende ideaal verklaart tevens het geheim van zijn succes, maar ook van zijn politieke fouten, die echter nooit moreele fouten van den regent waren. Dat ideaal heeft hem ook verheven van partijman, wat hij eerst was, tot staatsman, wat hij