Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloedig èn goed geadministreerd waren. Sparta en de Peloponnesiërs leefden nog zoo goed als geheel in de periode der naturalia; alle rijkdom bestond uit anr ezit, de buiger gaf wel zijn leven, maar niet zijn vermogen aan den staat. Ook op dit gebied dus een scherpe tegenstelling met het kapitalistische thene, waar de staat steeds over ruime geldmiddelen kon beschikken. Gevaarlijker was het voor Athene, dat Sparta buiten Griekenland bondgenooten vond, in Macedonië, onder allerlei ontevreden bondgenooten, in tal vanjSicihsche en Zuid-Italische steden, met Syracuse aan de spits.

TgeenUvann' X Tegen deZ6 g6Varen ^nde Athene zich ter zee en te land; vloot en Athene, leger werden in geduchten staat gebracht; de geldmiddelen werden beschikbaar gemaakt voor den oorlog; de vrije handel, vooral die in graan, werd onder bescherming der vloot gesteld. Zoo vertrouwde Athene op zichzelf; dat kon, maar dat moest ook. Bondgenooten buiten den zeebond had Athene alleen in Plataeae en de Messeniërs te Naupactus; verder zonden de Thessaliërs ruiterij te hulp; Acarnanië, Ozolisch Locris, verder Corcyra en de Ionische eilanden sloten zich daarbij aan. De verwoesting van Attica kon Athene door aanvallen van zijn vloot op de Peloponnesische kusten vergelden; verder moest het zijn heerschappij ter zee met kracht en energie handhaven. Deed men dat, dan

on Athene de toekomst rustig te gemoet zien en de natuurlijke verzwakking van den vijand veilig afwachten.

veanTtïcag D1 De °°rl°g begon in het V001jaar van 431 met een aanval der Thebanen op 431. Plataeae, die evenwel werd afgeslagen. Onmiddellijk werd Attica zooveel mogelijk ontruimd; de bewoners vonden met hun tilbare have een toevlucht te Athene. Reeds naderde toch het Peloponnesische leger onder Koning Arehidamus II van Sparta, naar wien het eerste gedeelte van den oorlog zijn naam draagt. Arehidamus deed een inval in Attica en begon het land systematisch te verwoesten. Alles bleef binnen Athene, dat geheel tot een beleg was voorbereid. Natuurlijk begon men weldra te morren tegen den staatsman, die den oorlog had doen ontbranden en nu niets deed om Attica te redden. Pericles' politieke tegenstanders begonnen zich weer te roeren; de radicale democraten verbonden zich met de uit hun dorpen gevluchte bewoners van Attica; zij drongen met klem aan op krachtdadig verzet tegen den vijand, cieon. Aan hun hoofd vinden wij in dezen tijd voor het eerst Cleon, een rijk leerlooier, een demagoog van den echten stempel, begaafd met een handige, pakkende welsprekendheid maar zonder veel argumenten, een man vol zelfvertrouwen, maar zonder kennis van zaken, in de oppositie van beteekenjs als reflex van 's volks ontevredenheid, maar in de regeering waardeloos. Maar Pericles deed, wat hij noodig achtte, en liet na, wat hij verderfelijk vond. Terugtocht Zijn politiek bleek ten slotte proefhoudend: na een maand moest Arehidamus Arehidamus. weSens gebrek aan leeftocht Attica ontruimen; Athene had de handen vrij.

Daarvan maakte het dan ook ruim gebruik: de kusten van den Peloponnesus werden geplunderd; Perdiccas van Macedonië werd tot vrede gedwongen;

Sluiten