is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minder belang. Het beste is in dezen de traditioneele gebruiken te volgen; men kan dan daarbij denken, wat men wil.

Socrates' leer en leven is dus evenals de democratie en de aristocratie in strijd met het moderne deuken te Athene. Maar voor de nakomelingschap zijn zij van veel grooter beteekenis. Van het nieuwe nam hij het goede over om het juist daarmede des te scherper te bestrijden. In hem leeft de echt Attische geest, die zin voor het nieuwe vereenigt met eerbied voor het oude, die bij alle neiging tot discussie en critiek toch de werkelijkheid nooit uit het oog verliest, die de grenzen van het menschelijk kenvermogen kent en dus bij alle neiging tot klaarheid en juistheid van voorstelling oog heeft voor het mysterie. Toen het oude geloof onder de scherpe critiek der moderne richting was verdwenen, bleef er slechts een groote leegte over; die leegte, waarin Euripides behagen schept en die hem toch zijn leven lang martelt, is aangevuld door Socrates. Hij heeft opgebouwd, waar vroeger slechts was afgebroken; hij geeft voor het oude geloof niet een groote negatie, maar een positieve overtuiging in de plaats. Slechts naar zichzelf verwijst hij den vragenden en zoekenden mensch. Van bloote scepsis is bij hem geen sprake; hij zoekt, maar naar het bestaande, naar het positieve. Dat positieve vindt hij in de algemeene begrippen, die al het andere beheerschen. Daarmede heeft Socrates de Helleensche beschaving, die in zuivere negatie dreigde te gronde te gaan, gered. Want het geluk der individuen valt ten slotte ook samen met dat van den staat; voor Socrates toch is de staat de hoogste vorm van het menschelijk bestaan; slechts in den staat en als staatsburger is de mensch mensch in den waren zin. Dien staat zag hij in Athene; aan andere heeft hij nooit gedacht; de beschaafde wereld is voor hem alleen Athene. Athene had hij lief; zijn burgerplicht heeft hij steeds trouw vervuld.

Het spreekt van zelf, dat een man als Socrates reeds door zijn medeburgers zeer verschillend werd beoordeeld. Tal van leerlingen sloten zich met geestdrift bij hem aan; met overtuiging namen zij zijn denkbeelden in zich op, die voor hen de openbaring van een nieuw geloof waren. Anderen, veelal voorname jongelieden, volgden zijn onderricht om van hem zijn treffende dialectische methode af te zien. Weer anderen hadden sympathie voor zijn staatkundige denkbeelden. Voor de groote menigte was Socrates evenwel eenvoudig een van de vele wijsheidsleeraren, die men in Athene kon hooren, en wel een, die nog zonderlinger was dan de anderen en in ieder geval nog meer aanstoot gaf. Zijn ernstig vragen en discussieeren irriteerde tal van gemoedelijke burgers, die het leven eenvoudig namen zooals het was. Aan den anderen kant wekte hij den lachlust op om zijn onbaatzuchtigheid; hoewel niet rijk, weigerde hij eenig geld voor zijn lessen van zijn vermogende leerlingen aan te nemen. De komedie bespotte en hoonde hem niet alleen om zijn uiterlijkheden, maar ook en vooral omdat zij in hem zag den prediker van verderfelijke nieuwigheden, den aanrander van het oude geloof, den