is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden de Etrusken hun gebied niet verder uitgebreid; als het heerschende volk waren zij opgevolgd door de Sabelliërs, het krachtige, militair georganiseerde boerenvolk van Midden-Italië. In het midden der vijfde eeuw bezetten itaiië. zij Campanië; zelfs veroverden zij Cumae. Tegelijk met de Sabelliërs begonnen ook de Lucaniërs hun gebied uit te zetten. Met hen verbond zich Dionysius,

toen hij in 390 Rhegium en de andere Grieksche steden in Zuid-Italië aanviel. In 387 werd Rhegium veroverd; ook andere steden huldigden den machtigen tyran. Een sterke Grieksche macht scheen aan Italië zijn wil te zullen opleggen.

Dat zou misschien zijn gebeurd, wanneer zich niet in Midden-Italië een zelfstandige macht had ontwikkeld. Daar kwam een staat op, die meer en meer door kracht van wapenen en tevens door verstandige politiek in korten tijd de domineerende macht van Italië zou worden. Rome en Latium hadden zich Ronieaan den greep der Etrusken weten te ontwringen; maar toch liepen stad en landschap steeds gevaar door hun machtige naburen te worden overstelpt;

vooral met de Volsciërs en de Aequiërs heeft Rome jarenlang om zijn onafhankelijkheid, zelfs om zijn bestaan moeten vechten; de Coriolanus-sage bewaart daaraan de herinnering. Toch was Rome al vroeg een der grootste steden van Italië; de zoogenaamde muur van Servius Tullius bewijst dat.

Over Latium heeft het al in de vijfde eeuw geheerscht. Evenals Athene over Attica, zoo regeerde Rome over Latium; maar hier waren de kleine steden bondgenooten, daar onderdanen. Aan het hoofd der Latijnen heeft Rome niet alleen de Volsciërs en de Aequiërs bestreden, maar ook de belangrijke Etruskische stad Veji na langdurigen strijd in 388 veroverd.

/ Ook van den binnenlandschen strijd te Rome is ons een en ander bekend. Van oudsher regeerden de patriciërs de stad; uit hen werd het dirigeerende staatslichaam, de Senaat, gevormd; zij hebben door hun verstandige, omzichtige inrichtingpolitiek den grondslag gelegd van Rome's macht. Onder hen stond het vrije volk der stadbewoners, georganiseerd in zijn dertig curiën. De bewoners van het platteland waren echter in hoofdzaak clieuten, hoorigen van de patricische grondbezitters. Maar al vroeg moeten vrije en zelfs vermogende boeren zijn voorgekomen. Daarop berustte de nieuwe indeeling van het volk naar het grondbezit in centuriën; zoo werd de Comitia Centuriata, die de consuls verkoos en over vrede en oorlog besliste, naast den Senaat gesteld. Maar nog een andeie organisatie kwam daarnaast op; de plebs, de boeren en handwerkers, de kleine vrijen, organiseerden zich als een gemeenschap, die haar eigen aedilen verkoos. In 466 verkreeg deze gemeenschap het recht zich naar de vier districten (tribus) der stad vier volkstribunen te verkiezen, die iederen plebejer tegen willekeur moesten beschermen. Hun werd de onschendbaarheid als geducht middel van verweer toegekend; wie den tribuun durfde aantasten,

was des doods schuldig. De volgende stap tot de volksregeering was de Patriciërs en emancipatie van het landvolk; naast de vier stedelijke tribus kwamen zestien plebejers-