Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen het werk van zijn vader voort. Door zijne persoonlijke eigenschappen scheen hij de aangewezen aanvoerder in een oorlog der Helleensche Staten tegen Rome; alle vijanden van den Romeinschen naam richtten op hem hunne verwachtingen. Door familiebanden was hij met de koningen van Bithynië en Syrië verbonden; de Rhodiërs waren met hem bevriend; in Griekenland sloeg al wat democratisch voelde het oog op hem; de aristocraten daar waren meestal vrienden van Rome. De Helleensche wereld voelde zich ook gesterkt door de vriendelijke gezindheid van Antiochus IV, die in 175 den troon van Syrië had beklommen; hij maakte zich populair bij de Grieken door de prachtige bouwwerken en vorstelijke geschenken, die hij aan Rhodus en Athene vereerde.

Eumenes van Pergamum was ijverig in de weer om den Senaat te waarschuwen voor het gevaar, dat van de zijde van Perseus dreigde; hij bracht daarvoor zelfs een bezoek aan Rome. Daar gevoelde men wel de noodzakelijkheid van den oorlog, dien Eumenes kwam aanraden. Een voorwendsel was spoedig gevonden; op zijn terugkeer naar Azië werd Eumenes in Griekenland door sluipmoordenaars bijna gedood; aan Perseus gaf men de schuld daarvan.

Ook nam de Senaat het op voor een Thracisch vorst, die met Perseus overhoop lag.

Toen de oorlog was verklaard, bleek hoe geducht de vrees voor Rome's macht was. Slechts enkele Grieksche steden sloten zich openlijk bij Perseus aan. Deze beschaamde bovendien de verwachtingen, die men van hem als leider had gekoesterd; hij tastte niet door, hij trok geen partij van de eerste voordeelen, die door hem werden behaald, hij bleek zelfs zoo verslaafd te zijn aan zijne schatten, dat hij ze niet volop besteedde om soldaten te werven en aanhangers te koopen. Wanneer van Romeinsche zijde de oorlog met kracht en beleid ware gevoerd, zou hij in korten tijd ten einde gebracht kunnen zijn. Maar thans kwam aan den dag, dat de Romeinen in de laatste vijftig jaren, die hun zooveel roem en uitbreiding van heerschappij hadden gebracht, zedelijk slechter waren geworden. Het voortdurend oorlogvoeren in vreemde landen had de tucht in het leger doen verslappen en de soldaten tuk

gemaakt op plundering; de aanvoerders ook waren niet berekend voor hunne taak. Zoo kon Perseus drie jaren lang in het veld blijven, zonder nadeel van beteekenis te lijden. De vrees voor de onoverwinnelijkheid der Romeinen begon te verdwijnen; allerwege werd onder de Hellenen de neiging sterker om zich

Derde Macedonische oorlog, 171—168

Perseus, Koning van Macedonië.

Borstbeeld in het Musée du Louvre te Parijs.

Sluiten