is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 305 legden Dioeletianus en zijn mede-Augustus hun ambt neder en trokken zich in het private leven terug. De beide Caesares traden toen als Augusti op; nieuwe Caesares werden benoemd. Maar het duurde niet lang b=; of een verwoede strijd brak uit tusschen de verschillende machthebbeis.

Na lange jaren van burgeroorlog slaagde Constantinus er eindelijk in, zijne heerschappij over het geheele rijk te doen erkennen. In 306 was hi] door het leger in Britannië tot Caesar van het Westen uitgeroepen. Zoolang Galerius leefde die na het aftreden van Dioeletianus en Maximianus eerste Augustus oi' opperkeizer was geworden, had Constantinus zich hoofdzakelijk beziggehouden met grensoorlogen aan den Rijn en in Britannië. Na den dood van Galerms echter stortte hij zich in den algemeenen oorlog, die toen tusschen de Augusti en Caesares werd gevoerd. Constantinus verbond zich met Licinius, den Augustus van het Oosten; in 312 versloeg hij zijn tegenstander Maxentius sugbj*. bij de Milvische brug, vlak bij Rome, en nam bezit van Rome en van Italië brug) 312. Reeds in 314 werd de vriendschap tusschen Licinius en Constantinus voor de eerste maal verbroken; maar zij verzoenden zich weder met elkander.

Toen echter Constantinus zich als opperkeizer begon te gedragen en liet j/

gebied van zijn medekeizer binnenrukte om een aanval van de Goten af te slaan, brak er opnieuw een oorlog tusschen Constantinus en Licinius uit. Na verschillende nederlagen te land en ter zee moest Licinius zich op genade of ongenade overgeven; sinds 324 regeerde Constantinus als alleenheerscher

over het Romeinsche rijk.

Constantijn de Groote - zoo heet hij als eerste Christen-Keizer - was

in de eerste plaats een militair Keizer, die tegen Goten en Sarmaten oorlog 321-337. voerde en de grenzen van het rijk handhaafde. Den Germanen was hij over het geheel zeer gunstig gezind; ook hij nam wederom velen hunner in zijn leger op en bekleedde hen zelfs met hooge posten; hoe langer hoe meer werd het Romeinsche leger een leger van Germanen. Wat het binnenlandsch bestuur betreft, ging hij voort op den door Dioeletianus ingeslagen weg. De opbouw van de absolute monarchie werd door hem voltrokken; hi]

omringde zich met een talrijken hofstoet en regelde tot in bijzonderheden de rangorde en titulatuur der hofambten en de daaraan verbonden eerbewijzingen. Ook verdeelde hij het rijk in vier praefecturen of opperstadhouderschappen, v^deeiing nl. 1°. het Oosten, waartoe ook Egypte en Thracië behoorden, 2". Illyricum, ia^.raefecm^t Griekenland en de Donau-landen, 3°. Italië, met Africa, en 4 . het cesen en Westen, dat Spanje, Gallië en Britannië omvatte. Elke praefectuur was provinciën, weder onderverdeeld in diocesen; een aantal provinciën vormden tezamen een diocese.

Hoezeer het Oosten van het rijk in beteekenis het Westen overtrof, bleek ^

uit het besluit van Constantijn om Byzantium tot zijn hoofdstad te maken.

Constanti-

De oude stad werd grootendeels nieuw opgebouwd; vooral uit Griekenland werden er veel werken van kunst heengebracht; in 330 betrok Constantijn