is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hoofdzakelijk bestonden van jacht en veeteelt, maar vaste woonplaatsen hadden gekozen en zich op den landbouw toelegden, was de bevolking langzamerhand sterk toegenomen. Reeds na het midden der tweede eeuw had deze reden teweeggebracht, dat gedeelten van sommige volken hunne oude woonplaatsen verlieten, waar niet genoeg akkers en weiden meer waren voor het vermeerderde aantal gezinnen, en zich elders trachtten te vestigen. Zoo hadden zij herhaaldelijk ook de grenzen van het Romeinsche rijk doorbroken. In vervolg van tijd bleef de toeneming der bevolking bij de Germanen een reden, die hen af en toe dwong tot uitbreiding van het verworven gebied of tot de verovering van nieuwe landstreken. Bij deze inwendige reden voegde zich nu na de komst der Hunnen ook een uitwendige; het opdringen van de Hunnen in Westelijke richting verdreef de Germanen, die in de laagvlakten van Zuid-Rusland en Hongarije woonplaatsen hadden gevonden, uit hun gebied; het eene opgejaagde volk bracht het andere in beweging; de dammen van het Romeinsche rijk waren niet sterk genoeg meer om dezen vloed te weerstaan; zoo overstroomden de Germanen sinds het laatst deivierde eeuw tal van landen, die tot dusverre door de Romeinen bezet waren.

De Alanen en Oost-Goten werden het eerst door de Hunnen overstroomd en grootendeels in den stroom medegenomen. De West-Goten weken in Zuidelijke richting tot aan den beneden-Donau en verkregen van Valens woonVaiens plaatsen in het Romeinsche rijk, ten Zuiden van den Donau. De harde tegen de' behandeling der Romeinsche ambtenaren bracht hen echter in opstand; toen Hadriaaopei ^a^eus °pti'ok om hen weder te onderwerpen, leed hij tegen hen de nederlaag 378. in den slag bij Hadrianopel en vond daarbij zelf den dood. De Goten, door andere volksstammen versterkt, trokken toen plunderend door het Balkanschiereiland.

Valentinia- Op Gratianus rustte nu de taak om het geheele rijk tegen de Germanen 375—39^. verdedigen; zijn broeder Valentinianus was wel reeds tot Augustus uitgeroepen, maar van dezen zevenjarigen Keizer was natuurlijk weinig steun te wachten. Theodosius, Daarom benoemde hij tot Augustus den Spaanschen generaal Theodosius, een zoon van dien Theodosius, die zich als veldheer van Valentinianus I had onderscheiden in Britannië. Deze keuze was gelukkig; Theodosius was te gelijk een bekwaam regent en een uitstekend veldheer. Hij kwam terstond uit Spanje naar Thessalonica om het leger te reorganiseeren en begon vervolgens de Goten uit Thracië terug te drijven. Wel leed hij nog een nederlaag tegen hen en breidden zij een tijdlang hunne plundertochten nog tot in Griekenland uit, maar Theodosius had ten slotte toch succes met zijn taktiek om de Goten Vestiging niet te vernietigen, maar tot onderwerping te brengen. Bij den vrede, dien ^Moeti", hij in 382 met hen sloot, stond hij hun toe zich in Moesië te vestigen, niet 382 als onderdanen, maar als bondgenooten, die tegen soldij in dienst van het Romeinsche rijk zouden strijden; daardoor werd het keizerlijke leger met meer dan 40.000 Goten en andere Germanen versterkt.