Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de meeste catalogi van kunstverzamelingen ontbreekt een uitvoerig verhaal van haar ontstaan, en toch moest naar onze meening, dit het hoofdstuk zijn, dat juist met de grootste nauwkeurigheid behandeld wordt.

Van ons Rijksmuseum vond de stichting plaats in de moeielijke dagen, dat onze zelfstandigheid als staat nog slechts in schijn bestond, en dat was wellicht een bijkomstige reden, slechts weinig aandacht aan dat tijdperk te schenken. Aan het alom verbreide dwaalbegrip, dat de voormannen van het Bataafsch Gemeenebest weinig voor de belangen der kunst gevoelden, hopen wij door het uitgeven van de resultaten van ons onderzoek een einde te maken.

Tallooze onderzoekingen waren echter noodig om eenig resultaat te mogen verwachten. Door verdeeling van arbeid hebben wij getracht, het nog aanwezige materiaal, voor zoover ons bekend, geheel te doorvorschen, en er alles aan te ontleenen, wat bouwstoffen biedt voor een geschiedenis van den oorsprong van ons Rijksmuseum.

Daar een voornaam bestanddeel van de kern van dit museum gevormd is uit de kunstschatten die de Oranjes van oudsher in hunne vele kasteelen en paleizen bijeengebracht hadden, vormde een onderzoek in het Huisarchief van H. M. de Koningin een belangrijk onderdeel van die onderzoekingen. Een onzer nam deze taak op zich, en dank zij de hulpvaardige voorlichting van den Directeur, Prof. Dr. F. J. L. Kramer, konden daar vele bouwsteenen bijeengegaard worden.

Op het Rijksarchief wezen de Algemeene Rijksarchivaris, Jhr. Mr. Th. H. F. van Riemsdijk, de Hoofdcommies de heer Th. Morren en Dr. H. T. Colenbrander, Secretaris der Com-

Sluiten