is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nationale Konst-Gallery en het Koninklijk Museum

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de laatste restauratie in 1897 werd aan de thans aan Carel Fabritius toegeschreven schilderij weer zijn oorspronkelijke gedaante teruggegeven.

Restauratie» 1801. Dit jaar werden nog talrijke andere restauraties gedaan.

Gedetailleerde opgaven hierover missen wij echter. Alleen noteerden wij uit de administratieve rekeningen, dat aan J. G. Waldorp voor het schoonmaken en restaureeren van een groot portret van Willem III f 10, voor het restaureeren van vier portretten, den Zwaan van Jan Asselyn en een Christus aan het kruis ƒ40.— betaald werd i).

Aankoopen van Met aankoopen ging het crescendo. 20 Mei 1801 werd aan

Zonen & ^°°S f 24°° toegestaan voor acht schilderijen, gekocht van de

heeren Gerrit Muller & Zoonen. Jammer, dat deze stukken niet omschreven zijn. Een vermeerdering van minder belang is Portretten van Zout- wel afzonderlijk geboekt. In Mei kreeg nl. Cornelis van manenCrui. Cuylenburg / 153.— voor een portret van den Vice-Admiraal Jan Arnold Zoutman, en i Sept. van dat jaar nog eens een gelijke som voor een portret van den Schout-bij-Nacht Willem Crul, gecopiëerd naar een origineel van J. J. Heinsius i). Opmerking verdient het, dat Crul Gogel's oom was.

Op de rekening der Consentbilletten van het jaar 1801 komt een ontvangst voor van ƒ788—13—8 als een bedrag geschonken door Gogel.

Deze post werpt een aardig licht op 's mans strikt begrip van eerlijkheid. Hij had zich voorgenomen, om gedurende zijn agentschap geen aandeel te nemen in eenige speculatie in 's lands effecten, en toen een waarschijnlijk reeds vóór zijne benoeming op touw gezette zaak, in compagnie met Tetterode te Amsterdam, hem een winstaandeel bezorgde van het bovengenoemd bedrag, bestemde hij die som, ingevolge zijne secreete resolutie N°. 5 van 10 Febr. 1801, tot donatie voor het fonds der Consentbilletten tot het bezichtigen der Nationale Kunstgalerij 1).

De zooeven genoemde beknopte beschrijving was natuurlijk op den duur niet voldoende, en nog terwijl Waldorp bezig was aan zijn schetsen, werd 5 Febr. 1801 aan Roos gelast, vóór Pinkster a.s. een catalogus van de schilderijen in te zenden.

1) Rijksarchief, Rekening der Consentbilletten.