Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Bergesteyn te laten volgen, om door denselven overgelevert te werden aan diegeene die ordre sal hebben van hoogstgedagte Zijne Majesteyt om die te ontfangen"i).

Ze werden door Willem III op het Loo geplaatst, en kwamen zoodoende onder den hamer, toen 16 Juli 1713 te Amsterdam de schilderijen van het Loo publiek verkocht werden, onder N°. 45: »Twaelf stuks van Otto Vaeni, zynde de Oorlogen van de Romeinen en de Batavieren, uytvoerig geschildert". Voor 1500 gulden werden de twaalf schilderijtjes toegewezen. Aan wien, blijkt uit het volgende extract:

28 Juli. »De heer van Burmania heeft aan de Heeren Haer Ho: Mo: Gedeputeerde kennisse gegeven, dat de heere Landgrave van Hessen Cassel ende de vrouwe Furstinne Douarière van Nassau kennisse bekomen hadden, om wederom te laten inkopen de twaalf stuckjes schilderije, verbeeldende de historie van Claudius Civilis, voor desen in de Trèveskamer gehangen hebbende ende aen Sijne Majesteit van Groot-Brittannien Glor: gede. vereert, goetgevonden hadden die stuckjes schilderije aen Haer Ho: Mo: te offereeren, ende dat de heer van Dalwigh deselve alhier hadde ende versoght te mogen weten, waer Haer Ho: Mo: wilden, dat die gebraght sullen werden. Waerop gedelibereert sijnde, is goedgevonden ende verstaen, dat de voorschreve stukjes met dancksegginge sullen werden aengenomen ende werd de griffier Fagel gelast deselve over te nemen, ende aen den secretaris van den heer van Dalwigh, deselve overbrengende, te geven vijf en twintigh pistolen, en werd den ontfanger van Hardenbroek gelast de waerde van dien aen gemelte griffier Fagel te restitueren, welcke aen hem in reeckeninge gevalideerd sal werden" 2).

Sedert hingen ze in een vertrek ten oosten van de Trèveskamer, het Hollandsche Kamertje geheeten, en ze werden door het publiek bewonderd als geschilderd door niemand minder dan door Holbein 3). Wij kunnen ons thans nauwelijks voorstellen, dat deze schilderijtjes vroeger zóó gewaardeerd en als wonderwerken aangestaard werden. En toch schreef Feil in zijn Tour through the Batavian Republic during the latter part of the year 1800 zelfs, dat ze waren »of such excellence, that the great Lord Bolingbroke, a man whose judgment in whatever relates to the elegant arts few will be inclined to suspect, offered to purchase them at the extraordinary price of ten thousand pounds".

Ook Alexander Liernur had voldoening van de copieën die hij naar de stukken geteekend heeft. Deze werden in een der vertrekken van de Nationale Bibliotheek te Leiden tentoongesteld en vervolgens ten getale van 24, waarvan 12inkleuren en 12 in Oost-Indischen inkt, bij verloting voor ƒ1800 verkocht 4).

Venius blijkt wel behagen in de behandeling van deze stof gehad te hebben; immers de 36 prenten die hij in 1612, door Antonio Tempesta gesneden, uitgegeven heeft „Batavorum cum Romanis Bellum, a Corn. Tacito lib. IV & V. Hist. olim descriptum, figuris nunc aeneis expressum, Auctore Othone Vaenio Lugdunobatavo" waren weer geheel anders van compositie.

1) Extract uit de Resolutiën van de Staten-Generaal, 1699.

2) Extract uit de Secrete Resolutien van de Staten-Generaal 1713.

3) Tegenwoordige Staat van Holland, III, Amsterdam 1746 p. 37.

4) J. Immerzeel Jr„ De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, Amsterdam 1842 p. 176, 177.

Sluiten