is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nationale Konst-Gallery en het Koninklijk Museum

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15 Nov. van dat jaar bericht hij hem van Brussel uit zijn behouden thuiskomst, 1) en hij stelt hem meteen gerust over den toestand van zijn van Mieris: >Wat aengaet de berstjens in het stuxken van Frans Mieris, als het van het oud vernis ontbloot was, heb bevonden, dat er diergelijke seer klijne in het schildering waeren, welke zig meerder vertoonde omlaeg in het tabouretje die ik wat verholpen hebbe; de oorsaek daer van kan sijn, dat dit stuxken eertijds wel wat van de hitte der zonne kan getroffen hebben eer de couleuren wel versteent waeren en dat er nog eenige olie in zat, dog het dogt mij van geen belang; nu kan het wezen, dat het nieuw vernis in die berstjens wat in getogen is, 't geene ik vermeijn niet remarkabel is ten sij men het stuxken schuijns besiet. Sijt versekert dit kan niets voor quaet gevolg, ik vermeijn selfs dat dit meerder verdwijnen sal als het vet van de gom meerder sal door den tijdt verarten, en om dit seffens weg te helpen is maer de oppervlacke van 't vernis wat doof te vrijven en te verminderen, en er een dunnere laag over te passeren, doch laet het 't kan niets erg aen de schildering."

1796 In 1796 verwierf van der Pot weer heel wat. Vooreerst Adriaen van Ostade's schilderkamer (N°. 96), 5 April gekocht op de verkooping Mr. Jacob van der Lely te Delft, voor ƒ211.— Dan nam hij 25 April twee stukken over van Jan Danser Nijman, nl. voor /1200.— Cuyp's »beestendrift" (N°. 26), door Nijman kort te voren voor fnoo.— gekocht, »staande toen boven een deur bij eene Onderwater te Dort." Hierbij mogen we er zeker wel op wijzen, dat Cuyps eenige dochter Arendina getrouwd is met Pieter Onderwater. Nog belangrijker was evenwel het andere stuk waar hij Nijman /6000.— voor betaalde, nl. Potters Landschap met vee (N°. 103), Dit stuk komt uit den boedel van de Heer Snakenburg te Leiden, aan wien de Heer Nijman voor de Heer Hope te vergeefs ƒ14.525.— geboden had. In den catalogus van het Rijksmuseum staat, dat deze schilderij afkomstig is van de verkooping Wed. Valckenier—Hooft te Amsterdam, 31 Aug. 1796. Dit misverstand wordt opgehelderd door de volgende aanteekening die van der Pot in zijn journal schreef: >31 Aug. 1796 is op de verkooping van E. Hooft, Wed. W. Valckenier verkogt aan den Engelschen konstkoper Brian een stuk, inhoudende juist het zelve, doch wankleurig, zonder houding, egaal geel, eenige partijen niet gefinisseerd, sommige eerste aanleggen uitgeschilderd, voor ƒ3025.— Dit stuk wierd beoordeeld een aanleg van Potter geschilderd, voor een model van het bovenstaande gebruikt, en meerendeels door hem opgeschilderd. Het stuk was voor de verkooping nog schoongemaakt en verholpen, geteekend Paulus Potter 1651. Schoon dit stuk zeer onvoldoende was, wilde de Heer de Smeth en andere deeze capitale Potter hebben, doch gevallig zag de Heer Goll eenige dagen voor de verkooping met groote verwondering mijn stuk, verhaalde dit te Amsterdam, waarop Jacob de Vos en andere overkwamen om mijn stuk te zien; het onderscheid bekend geworden zijnde, wilde geen liefhebber het stuk koopen. Ik reisde met hem terug na Amsterdam en bevond met groot genoegen dat dit stuk, vergeleken met het mijne, van zeer geringe waardij was."

Nog kocht hij in Sept. 1796 op de verkooping Hoevenaar voor ƒ 52.— 10 st. een wintergezicht van Beerstraaten (N°. 7) »voormaals bij den papierkooper van Gijzen door Hoevenaar gekogt". 2)

1) Een dossier brieven van Thijs aan van der Pot berust in de bovendoelde verzameling in het Rotterdamsche Archief.

2) Vermoedelijk Adriaan van Gijzen Cornelisz., koopman op de Nieuwehaven, die 3 Aug. 1781 gestorven is.