Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

senhof te Amsterdam, en dit vinden we in verschillende latere inventarissen terug. 23 Mei 1800 kregen Temminck en Roos machtiging er een uit het Zeecomptoir te Rotterdam te nemen; ze zouden dit zeker niet gevraagd hebben, wanneer het portret niet beter of ten minste niet anders was dan het reeds aanwezige. En in 1808 werd zoowaar nog een derde uit Zeeland gezonden. Waar er nu in den catalogus van 1809 slechts één portret van den grooten zeeheld genoemd wordt, achten wij het het waarschijnlijkst, dat dit het uit Zeeland gezondene zal zijn geweest. In den catalogus van 1858 staat de afkomst dan ook al vermeld als geschenk van de Staten van Zeeland.

Over de vroegere geschiedenis van dit portret is ons niets bekend geworden. In de »Dichtlievende tydkortingen van Johan Steengracht, Pieter Boddaert en Pieter de la Rue 1) staat een gedicht: »Op het af beeldzei van den roemrugtigen zeeheld Michiel de Ruyter, Hertog, Ridder &c. L. Admiraal Generaal over Holland en West-Vriesland. Zo als 't gezien werd op de Raadkamer ter Admiraliteit van Zeeland".

BIJLAGE XIII.

DE ZEVEN SCHILDERIJEN AFGESTAAN DOOR DE STAD AMSTERDAM.

Toen het besluit genomen was, dat het Amsterdamsche Stadhuis ingericht zou worden tot paleis van koning Lodewijk, was de magistraat van plan, de vele schilderijen die zich langzamerhand in hun paleis hadden opgehoopt, naar hun nieuwe woning in het Prinsenhof mede te nemen, maar omdat ze daar wegens de inrichting der lokalen voorloopig geen plaats konden vinden en ook in hun vroeger verblijf in den weg stonden, werd een groot gedeelte in Februari 1808 ter bewaring gegeven aan C. S. Roos in het Trippenhuis. De 20 Maart 1808 daarvoor door Roos geteekende quitantie berust op het Archief te Amsterdam 2): »Ontfangen uit handen van den YVel Edelen Heer Mr. C. C. Six, Thesaurier, dezer Stad de navolgende Schilderijen uit het geweezene Raadhuis, te weten"... enz. Wij zullen alleen noemen:

»Van de Groote Krijgsraad Kamer De beroemde Maaltyt door B. van der Helst.

Een door Rembrand, zynde 5 Heeren aan een Tafel zittende.

Een door G. Flink daarin het Pourtrait van Maarseveen.

Van de Kleine Krijgsraadkamer De beroemde Nagt Patroelje door Rembrand.

Van de Rariteiten Kamer De cappitale Regentenstukken door B. van der Helst.

Deze stukken, en nog vele andere, had Roos in ontvangst genomen »met belofte van dezelve zorgvuldig en nauwkeurig in myne woning genaamd het Huis van Trip te bewaren zonder echter te willen verstaan hebben dat ik my omtrent dezelve eenigzins verantwoordelyk stelle voor de ongevalle van Brand, Geweld, Diefstal of enig ander toeval die dezelve zouden kunnen overkomen".

1) Tweede deel, Leyden 1718 p. 191, 192.

2) Deze en de volgende gegevens uit het Stedelijk Archief te Amsterdam zijn ons welwellend ter beschikking gesteld door den archivaris Mr. W. R. Veder.

Sluiten