is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Arabië heerschte sedert eeuwen een polytheïsme, dat zich aan den sterrendienst aanknoopte. Het volk, in een aantal afzonderlijke stammen verdeeld, vereerde gelijk alle natuurvolken verschillende stamgoden, die te gelijk beschermgeesten waren, vriendschappelijk of vijandig tegenover elkander, naarmate de stammen elkander gezind waren. Maar aan dit veelgodendom sloot zich een monotheïstische traditie aan, die met de Joodsche verwant is, gelijk het Arabische volk met het Joodsche. Een zwarte steen zou door een engel van den Hemel zijn gebracht en te Mekka zijn geplaatst als het zicht-

De Kaüba te Mekka. a De zwarte steen. b. Een gordijn, c. De deur.

Mohammeds opkomst.

] 1

bare bewijs van Gods bestaan. Deze steen, de Kaaba, werd te Mekka bewaard; zij was het nationale heiligdom der Arabieren. Naast dezen nationalen godsdienst had het Jodendom, dat met de Arabieren in Abraham den gemeenschappelijken stamvader vereerde, van oudsher in Arabië een grooten aanhang gevonden. Ook Christen-zendelingen hadden er hun godsdienst gepredikt en ook daar een deel der bevolking bekeerd.

Zoo was de godsdienstige toestand van Arabië, toen Mohammed omstreeks 5<0 te Mekka werd geboren. Hij was de zoon van Abdallah, een weinig vermogend man. Maar het gemis aan fortuin werd ruimschoots vergoed door familiebetrekkingen. Mohammeds familie behoorde tot den grooten stam der Koreischieten, die