Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aboe Bekr (532—634.

een vastberaden, bedachtzaam, verstandig en innig geloovig man. Zijn verdienste is tweeërlei: vooreerst begon hij de veroveringen buiten Arabië uit te breiden, maar vervolgens stelde hij den Koran te boek, die ons in den door hem aangewezen vorm is bewaard.

Aboe Bekr stond voor het moeilijke probleem, de uitbreiding van den Islam onder volkeren, die sedert eeuwen een overgeërfd geloof aanhingen, en den strijd met rijken, die niet te verachten tegenstanders schenen. Wanneer wij ons herinneren, hoe nog kort geleden het Perzische rijk over'Aegypte, Klein-Azie en Syrië zijn macht had uitgebreid, hoe een krachtig vorst als Heraclius te Byzantium heerschte, dan moest het een ijdele hersenschim schijnen beide te willen aanvallen. Toch aarzelde Aboe Bekr niet; hij vertrouwde op zijn God. De Arabische troepen waren uitstekend georganiseerd en goed gedisciplineerd; vooral hun ruiterij muntte door woestheid van aanval boven alle anderen uit. Daarbij werd het leger bezield door het krachtige

geloof van den jeugdigen godsdienst, die zijn plaats in de wereld moest veroveren.

Zonder dat er een bepaalde oorlogsverklaring is gedaan, kwam het tot den krijg zoowel met Byzantium als met Perzië. De grensgewesten van Arabië waren van oudsher in handen van deze beide rijken geweest: Mohammed en na hem Aboe Bekr hadden ze echter onderworpen. Een conflict kon dus niet uitblijven. Reeds onder Aboe Bekr was het Perzische grensgebied Irak bij het khalifaat ingelijfd; toen de Perzen een poging waagden dit land weer te bezetten.

Omar, 634—('41.

zond Aboe Bekr den bekwamen veldheer Khaled, den grootsten kampvechter

van den Islam, het zwaard Gods. Tweemaal versloeg hij de Perzen, den

tweeden keer in den geweldigen kettingslag. Maar verder kwam het onder

Aboe Bekr niet: de khalief riep Khaled terug; Irak bleef echter aan den

khalief onderworpen en betaalde hem schatting. Met Byzantium was reeds

Mohammed in strijd gekomen. Aboe Bekr zette den oorlog voort: vier legers

zond hij tegen het Byzantijnsche rijk af. Een dezer legers wendde zich tegen

Gaza, dat zich moest overgeven; een ander onderwierp de met Byzantium

bevriende stammen in den omtrek. Overmoedig geworden door dat succes,

rukten de Arabieren steeds verder. Maar zoo spoedig gaf een keizer als

Heiaclius zich niet gewonnen. Het gelukte hem de voortdringende Arabieren

tot staan te brengen. Het was om deze verliezen weer goed te maken, dat

de khalief Khaled van de Perzische grens terugriep en naar het Byzantijnsche gebied zond.

Eenigen tijd daarna is Aboe Bekr gestorven, nadat hij Omar tot zijn opvolger had benoemd. Deze had oorspronkelijk niet tot de volgelingen van den Piofeet behoord, maar was eerst later bekeerd. Nadat hij zich eenmaal

Zegel van Aboe Bekr.

Sluiten