is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

Theocratie.

Kindasvinth, 641-652.

j

/ ] <

( V A

I

\

1

Rekisvinth, 3 052-672. n C

a

Wamba, t 672-680. ,

d g

d ii k

VI di dj d< st

SC

w

landsche onlusten geheel verzwakt. Het koningschap was een werktuig in handen van adel en geestelijkheid geworden. In 633 kwam onder voorzitterschap van Isidorus een concilie te Toledo bijeen, dat vaststelde, dat de koningskeuze in het vervolg door adel en geestelijkheid zou geschieden, terwijl rebellie tegen den gekozen Koning met den kerkelijken ban zou worden gestraft. Het rijk werd een zuivere theocratie; de staat was slechts een middel v ooi de Keik om haar macht uit te oefenen. De bisschoppen waren de hoogste staatsambtenaren: alle ketters werden streng vervolgd: in dit rijk Cxods kon geen ander dan het reine Katholieke geloof worden geduld. Daarentegen werd de kroon hoe langer hoe machteloozer: aan de verzorging der materieele belangen van land en volk werd weinig gedacht. Maar zonder verzet ging dat toch niet: mocht de kroon zich gewillig naar de geestelijkheid voegen, de adel was daartoe nog niet besloten. Zijn hoofd, de oude Kindasvinth, een krachtig grijsaard van bijna tachtig jaren, zette zich in 641 de kroon op het hoofd. Met ijzeren hand voerde hij het bewind, niet alleen over de bisschoppen, maar ook over de edelen: sedert Leovigild had geen Koning ?oo volledig gehoorzaamheid gevonden. Alle opstanden werden onderdrukt. De geestelijkheid werd het grootste gedeelte van haar rechterlijke macht mtnomen. De geringere vrijen, de kleine grondbezitters werden tegen adel ;n geestelijkheid beschermd. Gelijkheid voor de wet werd ingevoerd, de strafwetten werden naar gebleken noodzakelijkheid verscherpt of verzacht. Zelfs verden onvrijen en halfvrijen tegen de willekeur hunner heeren beschermd. Iet Westgotische landrecht werd voor alle inwoners van het rijk bindend erklaard.

Maar na Kindasvinth gingen de rechten, door hem aan adel en geesteijkheid ontwrongen, weer verloren. Het onbeperkte verkiezingsrecht door del en geestelijkheid werd onder Kindasvinth's zoon Rekisvinth weer erkend; len Koning werd het onmogelijk gemaakt de domeinen uit te breiden, terwijl del en geestelijkheid hun landbezit voortdurend vergrootten; aan rebellie egen den Koning werd straffeloosheid verzekerd. Eerst met Wamba werd at weer anders. Hij had het geluk bij den aanvang zijner regeering een zeer evaarlijken opstand in het Noorden neer te werpen. Geen wonder dat hij oor deze overwinning zijn macht voelde groeien. Hij reorganiseerde het leger t dezer voege, dat voortaan onvrijen daarin werden opgenomen. Natuurlijk wam tegen deze regeling de geestelijkheid ten behoeve van haar onvrijen in arzet. Bovendien trachtte Wamba de macht der geestelijkheid te knotten, )or haar financieele knoeierijen te belemmeren. Ongelukkig werd hij kort larna geheel onbekwaam de regeering waar te nemen. Nogmaals overwon ï geestelijkheid het koningschap. Alles wat Kindasvinth en Wamba voor den aat hadden veroverd, werd weer prijsgegeven. Plechtig werd het koninghap onder de hoede der Kerk gesteld. De legerorganisatie van Wamba erd afgeschaft. Maar het ergerlijkste waren de verschrikkelijke Jodenvervol-