Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was geen ijdelheid, die Obeidallah bewoog den titel van Khalief aan te nemen, maar bloedige ernst: hij wilde het geheele khaliefenrijk veroveren, steunende op zijn Berbers. Het eerst onderwierp hij de Idrissiden te Fez, daarna de Aglabiten te Kairwan. Op deze wijze heer van Noord-Afrika geworden, wendde hij zich in 913 naar het Oosten. Weldra was het grootste gedeelte van Egypte in zijn handen.

Maar zoo verslapt waren de Abbassiden nog niet om zich zonder slag of stoot Egypte te laten ontnemen. Inderdaad hebben de Abbassiden zich nog eenmaal na 870 uit hun diepe vernedering verheven. Onder de latere Khaliefen moet worden genoemd el-Motamid, een onbeduidend man, maar die in zijn broeder Talcha een plaatsvervanger van buitengewone energie en werkzaamheid had gevonden. Op zijn raad verplaatste Motamid de residentie weer naar Bagdad: met ijzeren vuist hield hij de Turksche lijfwacht in bedwang. Na Motamids dood werd Talcha's zoon el-Motadid tot Khalief uitgeroepen. Hij was uit hetzelfde hout gesneden als zijn vaderT niettegenstaande zijn gestrengheid, genoot hij een groote populariteit om zijn spaarzaamheid en zijn uitstekend beheer: hij was een fijn beschaafd man, die zich bezighield met de bestudeering van dichters en geschiedschrijvers, tevens een voortreffelijk veldheer en een krachtig regent. Ook zijn zoon en opvolger e]-Moektafi toonde zich voor zijn taak volkomen opgewassen, maar met zijn dood eindigt de tweede rij der krachtige Abbassiden. Moektafi's opvolger was zijn broeder el-Moktadir. Onder hem was de eunuuch Moenis de oppermachtige minister: hij werd opperbevelhebber van alle troepen van het rijk, de major domus der zwakke Abbassiden. Gelukkig was hij een eerlijk, verstandig man, wiens invloed op alle takken der regeering uiterst gunstig werkte en die daarom als de waardige opvolger der krachtige Abbassiden kan worden beschouwd, gij was het ook, die een groote troepenmacht tegen de Fatimidische legers in Egypte afzond,/ hen dwong terug te trekken en zelfs Backen weer te ontruimen. - -

In 916 werd ook Sicilië door den Fatimide veroverd, juist nadat de vestiging van den Garigliano te gronde was gegaan. Onder aanvoering van den Paus vereenigden" zich vele Italiaansche vorsten in een veldtocht tegen de ongeloovigen. In j)16jverd hun burcht ingenomen; zij zelf werden verstrooid. De binnenlandsche verwarring was daarmede evenwel niet ten einde. Want Berengarius' vijanden riepen Rudolf van Opper-Bourgondië tot Koning van Italië uit. Berengarius stelde zich te weer, maar werd in 923 door zijn eigem aanhangers, gedood. Maar ook Rudolf kon zich moeilijk handhaven: zijn vijanden nepen een nieuwen trooncandidaat naar Italië in den persoon vaa Hugo van Neder-Bourgondië. Deze, een man van groote, haast geniale energie, verschafte zich den steun van de te Rome heerschende partij. Hier was nog altijd Marozzia almachtig: haar eene zoon was als Johannes XlQ'aus* de andere, Alberik, een geweldig krijgsman, wereldlijk heer van Rome. Zoowel Hugo als Marozzia dachten hun belangen te dienen, toen zij in 932 elkander

1

De latere Abbassiden.

Slag bij den * Garigliano, 916. |

ViWAO ly , JeYengariusfi 923.

v\

Sluiten