is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoodzaakt 's Konings genade af te smeeken. Otto was edel genoeg hun die te schenken; maar hun hertogdommen kregen zij niet terug. Zoo had het koningschap nogmaals over alle wederstrevende elementen gezegevierd.

Het hereenigde Duitschland, bestuurd door een energiek vorst, kon onmiddellijk toonen, wat het in krachtige eensgezindheid vermocht. In 955 stormden de woeste Hongaren de Beiersche grens over, overal schrik en dood1 om zich heen verspreidend, brandende dorpen, rookende puinhoopen op hun weg achterlatend. Zij legerden zich bij Augsburg aan de Lech, waar de Beieren dapper stand hielden. In het begin van Augustus kwam Otto zelf daar aan; Koenraad sloot zich bij hem aan. Daar kwam het den 10den van die maand tot den geweldigen slag op het Lechveld, welke de verdere geschiedenis van Duitschland en ook die der Hongaren heeft beslist. Door een plechtigen eed had Otto de soldaten tot de uiterste volharding verbonden. Listig als altijd trokken de Hongaren eerst om het Duitsche leger heen en vielen het in den rug aan; verschillende afdeelingen waren reeds op de vlucht geslagen, toen Otto het gevaar zag en Koenraad beval op het bedreigde punt te hulp te snellen; deze stormde op de Hongaren in, drong hen terug, maar werd zelf gedood. Terzelfder tijd dreef de Koning de andere helft van het vijandelijk leger op de vlucht. Zoo werden de Hongaren geheel verslagen; zij trokken terug om Duitschland niet weer te betreden. De overwinning op het Lechveld was de voltooiing van die bij Merseburg: gelijk zijn vader werd Otto als vader des vaderlands, als Keizer begroet en door de geheele wereld gehuldigd.

Als Keizer begroet, heeft Otto gelukkiger dan zijn vader werkelijk de Keizerskroon gedragen. Dezelfde omstandigheden, die hem reeds vroeger naar Italië hadden doen trekken, dreven hem er ten tweeden male heen. Daarbij kwam thans nog iets anders. De opstand van 952 had duidelijk doen zien, dat de Koning de geestelijkheid nog niet voldoende in zijn macht had; ook later had hij voortdurend op verzet bij zijn kerkelijke politiek gestuit. Dit verzet steunde steeds op den Paus. Zoo kwam als vanzelf bij Otto de wensch op zich meer invloed te Rome te verschaffen: hoe kon hij op wettiger wijze dien invloed uitoefenen dan als Keizer? De ergerlijke toestanden te Rome bleven de vloek der Christenheid: in 954 was Alberik II gestorven en als heer van Rome opgevolgd door zijn jongen zoon Octavianus. Toen een jaar later ook de Paus stierf, werd Octavianus, hoewel geen geestelijke, als Johannes XII tot Paus gekozen. Grooter ergernis dan de regeering van dezen Paus hadJ Rome nog niet aanschouwd. Een wilde, barbaarsche zucht naar eer, genot en macht kenmerkte Johannes, wiens levenswandel zelfs voor een leek in die dagen aanstootelijk was.

Nooit heeft het in een tijd van diepe verdorvenheid, lage gemeenheid en woesten wereldzin ontbroken aan moedige, edele mannen, die met klem ^gen die zonden opkwamen. In de Middeleeuwen, als alle moraliteit zich in kerkelijke vormen openbaart, uit zich het beleedigde zedelijkheids- en rechts-

'a/n/it

/

/

Inval der Iongaren,955.

Slag op het Lechveld, 10 Augustus 955.

f

Paus fohannes XII.