is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opstand der

Saksers, 1073. •

Slag bij Hohenburg, 1075.

omkoopbaar bogen zij het recht en verkochten ambten en waardigheden. Dat alles natnurlijk in naam des Konings, wiens levenswandel bovendien aanstoot gaf. Toch werd Hendriks positie sterker. Adalbert verscheen weer aan het hof; hij stierf echter reeds in 1072. Zijn politiek werd evenwel voortgezet: steeds drukkender ondervonden de Saksers de kouinklijke heerschappij; steeds nauwer sloot zich de keten van koninklijke burchten om hun land. De nog in het bezit der Oudgermaansche vrijheid gebleven boer liep gevaar tot een koninklijk lijfeigene af te dalen. Het geheele volk gevoelde zich door 's Konings maatregelen getroffen, die nog werden verscherpt naarmate het dreigende verzet zich duidelijker begon af te teekenen. Eindelijk, in 1073, volgde de uitbarsting. Hendrik had den Saksischen heerban tegen de Polen opgeroepen; de troepen kwamen bijeen, maar weigerden den Koning te gehoorzamen. Integendeel stelden zij zich onder de bevelen van Otto van Nordheim, wien Hendrik Beieren had ontnomen. Zij legerden zich om den Harzburg, waar de Koning zich met slechts weinig troepen bevond. P]r werden onderhandelingen geopend; maar nog voordat deze tot een uitkomst hadden geleid, wist de „Koning naar Frankenland te ontkomen. Intusschen ging de opstand onbelemmerd voort; tal van vorsten sloten zich bij de Saksers aan. Blijkbaar stond de Koning tegenover een algemeene beweging. Onderhandelingen gaven geen uitkomst; de geëischte amnestie wilde Hendrik niet toestaan. Nergens vond hij steun: reeds werd door eenige vorsten zijn afzetting overwogen. Yan Frankenland begaf Hendrik zich naar den Bovenrijn. Bracht de adel de boeren in het veld, de Koning verbond zich met de steden, aan welke hij bevrijding van de heerschappij deibisschoppen, vrijheid van handel en nijverheid beloofde. Dat maakte indruk op de bisschoppen: thans leverden zij den Koning troepen, waarmede hij een groot gedeelte van Saksen verwoestte. Otto van Nordheim bleef evenwel in het voordeel; Hendrik zag zich dan ook in 1074 tot een nadeeligen vrede gedwongen, waardoor hij aan de Saksers straffeloosheid, slechting der burchten en behoud van hun aloude rechten, aan Otto van Nordheim de teruggave van Beieren moest beloven.

Het Koningschap had een geweldige nederlaag geleden, maar herstelde zich spoedig. De Saksers gaven zich bij en na de slechting der burchten aan zulke buitensporigheden over, dat de Koning zich genoodzaakt zag tegen hen op te trekken. Het pas gesloten verdrag was van rechtswege vervallen; geen vorst durfde weigeren den Koning in den strijd tegen kerkverwoesters en grafschenders ter zijde te staan. Zoo kon Hendrik over een aanzienlijke macht beschikken, toen hij in 1075 tegen de Saksers oprukte. Bij Hohenburg bracht hij hun zulk een verpletterende nederlaag toe, dat aan verder verzet niet te denken viel. Saksen en daarmede Duitschland lag aan de voeten des Konings.

Welk een hooge positie nam thans de jonge, in den vollen bloei zijner jaren staande Koning in! Het Koningschap in zijn vollen omvang had hij weer in zijn handen: nergens openbaarde zich verzet. De burchten in Saksen werden